Naar hoofdinhoud

Artikel 1.4

Interbestuurlijk toezicht

Onderdeel van BELEIDSPLAN OMGEVINGSRECHT VTH 2023-2026

De Provincie Limburg houdt Interbestuurlijk Toezicht op gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, zoals de Regionale uitvoeringsdienst Zuid-Limburg en op het Waterschap Limburg. De gemeenteraden controleren het gemeentelijk beleid. Daarnaast controleren de gemeenteraden de uitvoering in hun eigen gemeenten op het gebied van medebewindstaken, de taken die de rijksoverheid in wetten aan de gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen opdraagt om uit te voeren. De Provincie Limburg toetst dit vervolgens ook periodiek op basis van interbestuurlijk toezicht (IBT). De wettelijke basis hiervoor is hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De provincie Limburg heeft Beek afgelopen jaar tegen het licht gehouden en beoordeeld en komt met de volgende aanbevelingen: Algemeen: Alle collegebesluiten en raadsinformatiebrieven die betrekking hebben op de toezichtinformatie dienen te worden bijgevoegd. De horizontale verantwoording is onderdeel van de beoordeling. Toezichtinformatie dient tijdig te worden aangeleverd zoals aangegeven in artikel 3 van de provinciale verordening op systematische toezichtinformatie Limburg. Rapportage & Evaluatie: Op grond van art. 7.7, lid 3 Bor dient jaarlijks te worden geëvalueerd of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s, zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen in het beleidskader. De uitgevoerde activiteiten zijn duidelijk opgenomen. Echter, er wordt niet duidelijk gemaakt in hoeverre deze hebben bijgedragen aan de gestelde doelen. Dit komt mede doordat de doelen niet meetbaar zijn geformuleerd. Strategisch beleidskader: Het beleid dient meetbare doelen te bevatten. Binnen de strategische kaders staat aangegeven wat gemeente Beek wil bereiken en hoe ze dat willen doen. Meer specifieke doelen worden in het uitvoeringsprogramma uitgewerkt. Deze doelen zijn echter niet meetbaar geformuleerd. Programma & Organisatie: Op grond van art. 7.5 Bor dienen de financiële en personele middelen inzichtelijk te worden gemaakt. De begroting voor milieu is aangegeven in Werkprogramma RUDZL 2022. Voor RO, Vergunningverlening en Toezicht & Handhaving zijn de financiële middelen niet inzichtelijk gemaakt. In het uitvoeringsprogramma is het aantal beschikbare fte aangegeven en de verwachte benodigde uren per activiteit. Er dient inzichtelijk te worden gemaakt welke personele en financiële middelen benodigd zijn om de vermelde doelen/activiteiten te bereiken en maak tevens inzichtelijk op welke wijze dit is berekend. Maak een vergelijking van de benodigde personele en financiële middelen met de beschikbare personele en financiële middelen en maak duidelijk wat dit betekent voor het uitvoeren van de activiteiten en het bereiken van de vastgestelde doelen uit het beleid. Voorbereiding, Monitoring & Uitvoering: Op grond van art. 7.4, lid 2, onder c Bor dient personeel gerouleerd te worden zodat niet voortdurend dezelfde persoon wordt belast met toezicht op dezelfde inrichting. Dit is niet inzichtelijk gemaakt. Op grond van art. 7.6 Bor dienen de resultaten en voortgang van de in het beleid gestelde doelen en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma inzichtelijk worden gemaakt. Dit ontbreekt. Volgende cyclus verwachten wij dat dit is opgenomen in het jaarverslag. 1.1. Wro Op het gebied van ruimtelijke ordening heeft gemeente Beek een ruim voldoende taakbehartiging. Er is een RO- jaarverslag 2021 aangeleverd. Hierin wordt aangegeven dat de gemeente beschikt over zowel een gebiedsdekkende structuurvisie als gebiedsdekkende bestemmingsplannen. Tevens is een overzicht gegeven van de vigerende bestemmingsplannen en structuurvisie. Ook de voornemens voor het komende jaar en het verslag van het afgelopen jaar, als bedoeld in artikel 10.1 van de Wro, inzake handhaving en beleid betreffende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, algemene regels en specifieke aanwijzingen komen terug in het jaarverslag. Deze aanbevelingen zijn inmiddels verwerkt in voorliggend beleidsplan met bijlagen. Na vaststelling zullen alle stukken wederom worden voorgelegd aan de provincie te beoordeling in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Het streven is om per 2023 te klimmen op de interventieladder interbestuurlijk toezicht en uit de gevarenzone van indeplaatsstelling te komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel