Naast de hierboven beschreven ontwikkelingen zijn er nog enkele ingrijpende ontwikkelingen te noemen op het gebied van de fysieke leefomgeving, de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Wet VTH en de Klimaatwet.
A) Omgevingswet
Op het gebied van bouwen en milieu is de belangrijkste ontwikkeling de in voorbereiding zijnde Omgevingswet. Het omgevingsrecht bestaat uit tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. En allemaal met hun eigen uitgangspunten, procedures en eisen. Het kabinet wil het omgevingsrecht eenvoudiger maken en samenvoegen in één Omgevingswet met als doel minder regels en eenvoudigere procedures. De Omgevingswet is ingrijpend en zal de nodige voorbereiding vergen. Het dwingt ons tot een andere manier van werken en denken, van nee-mits naar ja-tenzij, van toetsen naar ontwikkelgericht denken en van zelf doen en bedenken naar samen met de markt ontwikkelen. Het moet makkelijker worden om ruimtelijke projecten te realiseren met meer ruimte voor maatwerk.
De Omgevingswet treedt in werking op 1 januari 2024. De gemeente Beek is volop aan de slag met de voorbereiding naar de nieuwe Omgevingswet. Ten behoeve van de implementatie van de Omgevingswet in de gemeentelijke organisatie is een projectstructuur ingericht met een stuurgroep, projectleiders en werkgroepen (Omgevingsvisie; Omgevingsplan; Omgevingsvergunning en Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)). Bovendien zijn bestuurlijke besluiten nodig, zoals bijvoorbeeld over het verzwaard Adviesrecht, de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en de nieuwe Legesverordening 2024. Tevens wordt, als opvolger van Squit 2020 het “zaaksysteem RX-Mission” (Omgevingswetproof) geïnstalleerd. Deze applicatie moet echter wel nog worden ingericht.
B) Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Ook de bouwplantoetsing en het bouwtoezicht zijn in ontwikkeling. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zal gelijktijdig met de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treden. Het doel van deze wet is het verbeteren van de bouwkwaliteit en het versterken van de positie van de bouwconsument.
Deze wet hakt het bouwproces of de huidige bouwaanvraag als het ware in stukken. Voor de ruimtelijke component, de toets aan het omgevingsplan, welstand en aan omgevingsveiligheid, is de gemeente aan zet. Het bouwtechnische onderdeel, de zogenaamde “technische bouwactiviteit” wordt deels belegd bij private partijen. De focus in de bouw verschuift in deze gevallen van het vooraf krijgen van een vergunning naar het tijdens en achteraf kunnen aantonen dat wordt voldaan aan bouwtechnische eisen.
De handhaving op overtredingen blijft echter een verantwoordelijkheid van gemeenten. De Wkb verplaatst derhalve de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk uit het Bouwbesluit van de gemeente naar een onafhankelijke private partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fasen. In de praktijk betekent dit dat het toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten op bouwtechnische aspecten in een aantal gevallen door een gecertificeerde marktpartij wordt uitgevoerd.
Onder de Wkb worden bouwwerken in totaal in vier gevolgklassen geclassificeerd. Vooralsnog zal het nieuwe stelsel bij invoering alleen gaan gelden voor bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen (bouwwerken in de laagste risicoklasse). Onder gevolgklasse 1 vallen eenvoudige bouwwerken, zoals grondgebonden woningen, eenvoudige bedrijfsgebouwen en kleine infrastructurele werken. Bij de gevolgklassen 2 en 3 wordt de technische toets aan het Bouwbesluit 2012, per 1 januari 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), vooralsnog door de gemeenten uitgevoerd.
Onder de Wkb is straks een gedeelte van de bouwactiviteiten vergunningsvrij (gevolgklasse 0), een gedeelte is meldingsplichtig en voor een ander gedeelte blijft een omgevingsvergunning activiteit bouwen verplicht. Nieuwe taken die de gemeente er straks bij krijgt bij meldingsplichtige bouwactiviteiten worden beschreven in hoofdstuk 5 t/m 10 van het Uitvoeringsprogramma VTH 2023. Naar verwachting heeft deze wet grote impact op de gemeentelijke organisatie en haar processen, te innen leges en capaciteit. Er is al een impactanalyse binnen onze organisatie uitgevoerd. Uiteraard wordt nog verder onderzocht en in beeld gebracht wat de concrete gevolgen van de inwerkingtreding van de Wkb voor onze organisatie zal zijn. Dit gebeurt door de ingestelde werkgroep “Wet kwaliteitsborging voor het bouwen”. Hoewel deze momenteel on hold staat zal deze spoedig weer worden opgestart, conform uitvoeringsprogramma VTH 2023.
De private kwaliteitsborger moet voldoen aan een aantal voorwaarden om de toetsing van de Bbl te mogen overnemen van de gemeente. De kwaliteitsborger moet ISO9001-gecertificeerd zijn of een ander kwaliteitscertificaat, hij moet beschikken over een projectkwaliteitsplan en of een keuringsplan en hij moet over een interne risicobeoordelingsprocedure beschikken, tevens is een BRL5019-certificering benodigd. De gemeente moet bij het accepteren van de gereedmelding hierop toezien.
C) Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Voor een goede uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn kwaliteitscriteria ontwikkeld. Deze criteria hebben betrekking op het proces, de inhoud en kritieke massa van organisaties en zijn geborgd in de Wet VTH. De laatste wijziging die de wetgever met de Wet VTH heeft doorgevoerd is het Besluit omgevingsrecht van 1 juli 2017 (meer eenheid brengen in de uitvoering van bepaalde milieutaken). E.e.a. is meegenomen in de Uitvoeringsplannen RUD ZL (bijlagen 11 en 11a).
D) Klimaatwet
De overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast kan verdere opwarming van de aarde beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Hiervoor zijn nationale en internationale doelen afgesproken. De Rijksoverheid heeft met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen.
In 2015 is het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Doel van het akkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen zijn afspraken in Europa gemaakt. De EU-lidstaten hebben met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 55% minder moet uitstoten. In 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat er dan netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten door de mens. Daarnaast is in Nederland het nationaal Klimaatakkoord gesloten. Beleidsmatig zit Nederland al op 60% minder uitstoot CO2 in 2030. De wettelijke plicht is opgenomen in de Klimaatwet.
Gemeenten vervullen in deze energietransitie een belangrijke rol. E.e.a. heeft ook gevolgen voor BWT de komende jaren als het gaat over het toetsen van energieberekeningen en het toezicht op de bouw. Tevens zullen de nodige taken door BWT uitgevoerd worden betreffende de bestaande bouw, bv. de energie C-labels bij kantoren, et cetera.