**1..** We berekenen zoveel mogelijk de integrale kostprijs. Dat betekent dat we bij het bepalen van kostprijzen zowel de directe kosten, de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen, als de indirecte kosten (overhead) meenemen.
**2..** In onze begroting en jaarrekening rekenen we alleen de directe kosten aan activiteiten toe. De indirecte kosten rekenen we buiten de begroting om aan de activiteiten toe. Dat doen we met een opslag voor overhead. De notitie overhead van de commissie BBV is daarbij belangrijk kader. De toerekening doen we voor de heffingen, specifieke uitkeringen, subsidies en andere bijdragen.
**3..** Alleen bij de activiteiten van het grondbedrijf berekenen we in de begroting en jaarrekening de indirecte kosten door. Deze zijn onderdeel van het uurtarief.
**4..** Bij de berekening van de tarieven voor lokale heffingen rekenen we een opslagpercentage voor overhead toe. Het percentage bepalen we door de overheadkosten te relateren aan de loonsom inclusief structurele inhuur.
**5..** Bij het bepalen van de tarieven voor lokale heffingen zien we daarnaast de btw en de kwijtschelding als kosten. We maken ook een inschatting van het percentage dat oninbaar is. Al deze kosten rekenen we door in de tarieven.
**6..** Het rentepercentage voor de vergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening, als bedoeld in artikel 16 lid 1, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
Artikel 16.
Kostprijsberekening
Onderdeel van Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van de gemeente Oss 2023 (artikel 212 Gemeentewet)