**1..** Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, verschuldigd krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, uitvoerbaar is maar niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak.
**2..** Het besluit tot verhaal wordt in dat geval bij brief verteld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen.
**3..** Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven vordert de gemeente het verschuldigde met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt.
**4..** Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op, die op kosten van de schuldenaar wordt betekend en wordt ten uitvoer gelegd door middel van executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Toelichting
In artikel 62b Participatiewet is bepaald dat de gemeente in beginsel gebonden is aan de rechterlijke uitspraak. De vastgestelde hoogte en de duur van de alimentatieplicht door de rechter zijn daarom in beginsel steeds leidend. De gemeente is echter pas gebonden aan een rechterlijke uitspraak indien uit die uitspraak blijkt dat de rechter zich zelfstandig een inhoudelijk oordeel heeft gevormd over de onderhoudsplicht als zodanig of inhoudelijk is ingegaan op de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Indien de rechter zich geen zelfstandig oordeel heeft gevormd, wat kan geschieden bij een eis tot alimentatie en de onderhoudsplichtige voert geen verweer, komt de gemeente een zelfstandig recht toe om de draagkracht te beoordelen. Indien uit onderzoek van de gemeente blijkt dat de door de rechter vastgestelde alimentatie overeenkomt met de draagkracht kan daarbij eveneens aansluiting worden gezocht.
Daadwerkelijk verhaal op grond van een alimentatiebeschikking geschiedt echter alleen in die gevallen waarin de gemeente, met uitsluiting van de bijstandsklant (rechthebbende) overgaat tot invordering van de verschuldigde alimentatie. Daartoe is een afzonderlijk besluit van de gemeente noodzakelijk. Indien de bij gerechtelijke uitspraak opgelegde alimentatie rechtstreeks wordt voldaan aan de bijstandsklant, kan slechts worden beoordeeld of de opgelegde alimentatie voldoet aan de wettelijke maatstaven.
Uitgangspunt is echter nog altijd de eigen verantwoordelijkheid van de klant om te voorzien in de kosten van het bestaan. Een vastgestelde alimentatieverplichting, voor de klant zelf of ten laste komende kinderen geldt als voorliggende voorziening waarvan gebruik gemaakt dient te worden.
Indien de ex-partner van de klant niet vrijwillig betaalt kan de klant worden verwezen naar het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage). Deze instantie kan zorgdragen voor de inning van partner- en kinderalimentatie. Het LBIO incasseert echter geen achterstand in alimentatie welke op het moment van aanmelding ouder is dan 6 maanden. Daarnaast stopt het LBIO met incasseren indien de onderhoudsplichtige de bestaande achterstand heeft ingelopen en daarna gedurende een periode van 6 maanden correct aan de betalingsverplichting heeft voldaan.
Het is dus niet zo dat de gemeente, bij een uitvoerbare alimentatie beschikking, zonder meer overgaat tot het incasseren van de verschuldigde alimentatie. Dit dient individueel bezien te worden, en slechts bij uitzondering toegepast te worden.
Hoofdstuk 2
Artikel 20:
verhaal op grond van een alimentatiebeschikking
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Verhaal 2023 gemeente Albrandswaard