Onderdeel a: algemeen gebruikelijk
Bij de beoordeling of sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de cliënt, draait het om het beantwoorden van de vraag of de cliënt ook over de voorziening kon beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Bij die beoordeling kunnen, zo blijkt uit de jurisprudentie, een aantal criteria een rol spelen, zoals:
a. de voorziening is algemeen verkrijgbaar;
b. de voorziening is niet speciaal bedoeld voor mensen met een beperking;
c. de voorziening is niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel.
Daarnaast spelen de individuele omstandigheden van de cliënt, zoals leeftijd en inkomen, een rol. Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, moet het college daarom altijd onderzoeken of de voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de persoon van de aanvrager.
Onderdeel b: algemene voorziening
Een algemene voorziening is een voorziening die vrij toegankelijk is voor degene die zich hiertoe wendt voor ondersteuning of hulp. Er vindt geen toegangsbeoordeling plaats. Dit betekent dat voorafgaand geen onderzoek wordt gedaan naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner met de ondersteuningsvraag. Voor een algemene voorziening is in beginsel geen verleningsbeschikking nodig.
Onderdeel c: andere voorziening
Een andere voorziening is een voorziening die de cliënt kan ontvangen op grond van een andere wet dan de Wmo 2015, bijvoorbeeld de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg.
Onderdeel d: bijdrage
Bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening of algemene voorziening.
Onderdeel e: budgethouder
De budgethouder is degene die op grond van de Wmo 2015 een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt om daarmee maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen.
Onderdeel f: budgetplan
Een plan waarmee de budgethouder toelicht hoe hij het pgb wil gaan besteden. Mede op basis van dit plan kan het college toetsen of aan de voorwaarden voor een pgb voldaan wordt. Het college stelt een format beschikbaar voor het budgetplan.
Onderdeel g: cliëntondersteuning
In de Wmo is vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het aanbieden van cliëntondersteuning (artikel 2.2.4 Wmo 2015). Voor cliëntondersteuning wordt geen eigen bijdrage gevraagd.
Onderdeel h: hoofdverblijf
Omdat er bij het begrip ingezetene wordt gesproken over hoofdverblijf, is hier verduidelijkt wat hier onder wordt verstaan.
Onderdeel i: ingezetene
Een ingezetene van Nederland kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening (artikel 1.2.1 van de wet) en het college beslist op een aanvraag van een ingezetene van de gemeente om een maatwerkvoorziening (artikel 2.3.5 van de wet). Uit de Memorie van Toelichting volgt dat een ingezetene zich voor een maatwerkvoorziening moet wenden tot het college van de gemeente waar hij woont. De term 'wonen' is niet verder uitgelegd. Uit de jurisprudentie bij de Wmo 2007 (CRvB 22-09-2010, nr. 09/1743 WMO ) volgt dat het gaat om de feitelijke verblijfplaats. De inschrijving in de Basisregistratie Personen vormt daarbij een belangrijke aanwijzing, maar is niet doorslaggevend.
Onderdeel j: maatwerkvoorziening
Bij deze begripsbepaling wordt aangesloten bij artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015. Dat betekent dat een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregel is.
Onderdeel k: melding
Het verzoek om maatschappelijke ondersteuning van een cliënt. Een cliënt kan zich ‘vormvrij’ melden bij de gemeente. Na het indienen van de melding begint voor het college de onderzoekstermijn te lopen. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.
Onderdeel l: ondersteuningsplan
Het ondersteuningsplan is het resultaat van het onderzoek dat de gemeente uitvoert naar de hulpvraag van de inwoner met een ondersteuningsvraag (cliënt). Het plan beschrijft de bijdragen die zowel het college, de hulpvrager als het sociale netwerk gaan leveren om gezamenlijk een oplossing te bieden voor de hulpvraag. Het ondersteuningsplan beschrijft dus niet noodzakelijk welke maatwerkvoorziening wordt ingezet. Indien een maatwerkvoorziening niet noodzakelijk is volgens het college, dan beschrijft het ondersteuningsplan hoe de ondervonden belemmeringen opgelost kunnen worden door inzet van eigen kracht, sociaal netwerk, algemeen (gebruikelijke) voorzieningen of andere voorzieningen.
Onderdeel m: persoonlijk plan
Dit artikel spreekt voor zich.
Onderdeel n: pgb
Een inwoner met een ondersteuningsvraag kan een maatwerkvoorziening ontvangen in de vorm van een persoonsgebonden budget. Met dit budget kan de inwoner zelf de benodigde hulp inkopen.
Onderdeel o: sociaal netwerk
In deze verordening wordt aangesloten bij de wettelijke definitie die de Wmo hanteert. Voor de uitleg van het begrip is verder ook artikel 33 lid 4 van de verordening relevant.
Onderdeel p: Uitvoeringsbesluit
Dit artikel spreekt voor zich.
Onderdeel q: wet
Dit artikel spreekt voor zich.
Onderdeel r: woonvoorziening
Voorzieningen waarmee een inwoner in staat wordt gesteld om langer thuis te kunnen blijven wonen.
Artikel 25.
Definities
Onderdeel van Concept Integrale verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg