Lid 1, lid 2, lid 3 en lid 8
In lid 1 is geregeld voor welke maatwerkvoorzieningen het zogenaamde abonnementstarief van € 19,- per maand geldt. Uit de wet volgt dat het abonnementstarief verplicht is voor algemene voorzieningen waarbij een duurzame hulpverleningsrelatie wordt aangegaan tussen degenen aan wie een voorziening wordt verstrekt en de betrokken hulpverlener. Bij een duurzame hulpverleningsrelatie is er in belangrijke mate sprake van persoonlijke hulpverlening, is arbeid verreweg de grootste kostencomponent, is de continuïteit van de band tussen cliënt en hulpverlener belangrijk voor de ondersteuning van de cliënt en wordt er langdurig gebruik gemaakt van de voorziening. Voorbeelden zijn begeleiding en huishoudelijke hulp. De gemeente kan er daarnaast voor kiezen ook andere algemene voorzieningen onder het abonnementstarief te brengen. Op dit moment hebben we geen algemene voorzieningen, waarvoor dit van toepassing is. Door de transformatie die we inzetten zal dit in de toekomst veranderen. Dan zullen hier leden worden ingevoegd waarin deze worden opgesomd en waarbij de eigen bijdragen voor die algemene voorzieningen worden vastgesteld.
Het abonnementstarief is verder verplicht voor alle maatwerkvoorzieningen, met uitzondering van beschermd wonen, de maatwerkvoorziening opvang of andere bij algemene maatregel van bestuur omschreven maatwerkvoorzieningen. Bij verordening heeft de gemeente Middelburg het Noodfonds Mantelzorg uitgezonderd van het abonnementstarief. Hiervoor is geen bijdrage verschuldigd. De bijdragen voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen [en maatschappelijke opvang] worden vastgesteld conform het uitvoeringsbesluit (lid 3).
Op grond van het uitvoeringsbesluit is er voor een rolstoel geen bijdrage verschuldigd.
Daarnaast kan het vervoer op grond van het uitvoeringsbesluit worden uitgezonderd van het abonnementstarief. Het gaat hierbij in de meeste gevallen om collectief vervoer en in enkele gevallen individueel vervoer. Het gaat niet om (mobiliteits)hulpmiddelen zoals een aangepaste fiets of een scootmobiel. Reden voor deze uitzondering is dat er bij deze vormen van vervoer per rit lage prijzen worden gevraagd en het gebruik in veel gevallen incidenteel is. In lid 2 is daarom een afzonderlijke bepaling opgenomen over de hoogte van de bijdrage in de kosten voor het vervoer.
Lid 4, lid 5 en lid 6
Vanaf 2020 hoeft er, vanwege de invoering van het abonnementstarief, niet meer voor alle voorzieningen gecontroleerd te worden of de bijdrage de kostprijs te boven gaat. In lid 4 is geregeld voor welke voorzieningen deze controle nog wel geldt. In lid 5 en lid 6 is uitgelegd hoe de kostprijs tot stand komt.
Lid 7
De gemeente moet in de verordening bepalen door welke instantie de bijdrage voor een maatwerkvoorziening voor opvang wordt vastgesteld en geïnd.
Lid 9 = OPTIE ALS GEKOZEN WORDT VOOR INVOERING MINIMABELEID BINNEN DE EIGEN BIJDRAGEN WMO
Lid 9
De gemeente Middelburg maakt gebruik van de ruimte in artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Dit betekent dat inkomens tot een bepaald bedrag geen eigen bijdragen hoeven te betalen. Op grond van artikel 3.8 kunnen we voor 3 categorieën een inkomensgrens aangeven. Dat is in dit artikel verwoord: voor elke categorie is dat een inkomen dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. Het gaat om de categorieën
i. ongehuwd/alleenstaand en nog niet pensioengerechtigd
j. ongehuwd/alleenstaand en pensioengerechtigde leeftijd bereikt
k. gehuwd/samenwonend en de pensioengerechtigde leeftijd bereikt
De vierde categorie (gehuwd/samenwonend en nog niet pensioengerechtigd) is al vrijgesteld van een eigen bijdrage op grond van rijksbeleid.
Uitvoering is door het CAK: de gemeenten voert de inkomensgrenzen in en het CAK legt de eigen bijdrage op. Inwoners met een inkomen dat ligt onder de opgevoerde inkomensgrens hoeven geen eigen bijdrage te betalen.
Artikel 40.
Hoogte bijdrage in de kosten
Onderdeel van Concept Integrale verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg