Lid 1 en 2
De gemeente moet in de verordening bepalen welke kwaliteitseisen worden gesteld aan de aanbieders van voorzieningen. Die eisen zullen ook betrekking kunnen hebben op de deskundigheid van het in te schakelen personeel (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel c van de wet). De regering heeft benadrukt dat de kwaliteitseisen die de wet zelf stelt aan aanbieders (in de artikelen 3.1 e.v. van de wet) daarbij uitgangspunt zijn (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 135). De eis dat een voorziening van goede kwaliteit moet zijn, biedt veel ruimte voor gemeenten om in overleg met organisaties van cliënten en aanbieders te werken aan kwaliteitsstandaarden voor de ondersteuning.
In lid 1 zijn een aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen uitgewerkt. Op grond van lid 2 kan het college dit verder uitwerken door nadere regels te stellen.
Lid 3
Via dit artikel is geregeld dat de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de verordening van toepassing zijn op zowel de door de gemeente gecontracteerde aanbieders als de pgb-aanbieders.
Lid 4 en 5
Het college ziet toe op de kwaliteit van via pgb ingekocht hulpmiddelen en woningaanpassingen en heeft de bevoegdheid om de uitvoering van het budgetplan te evalueren.
Lid 6
Het in lid 6 genoemde jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek is verplicht op grond van artikel 2.5.1 lid 1 van de wet.
Artikel 43.
Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Onderdeel van Concept Integrale verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Middelburg