Naar hoofdinhoud
Onderdeel a: algemene voorziening Een algemene voorziening is een voorziening die vrij toegankelijk is voor degene die zich hiertoe wendt voor ondersteuning of hulp. Er vindt geen toegangsbeoordeling plaats. Dit betekent dat voorafgaand geen onderzoek wordt gedaan naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige of ouder(s). Voor een algemene voorziening is in beginsel geen verleningsbeschikking nodig (zie ook artikel 11 lid 2 van deze verordening en de toelichting daarbij). De Jeugdwet spreekt in artikel 2.9 onderdeel a van 'overige voorziening'. In de memorie van toelichting op de Jeugdwet spreekt de wetgever echter over een ‘algemene’ of ‘vrij toegankelijke voorziening’. Ook de praktijk spreekt vaak over algemene dan wel vrij toegankelijke voorzieningen. Omdat 'algemene voorziening' de meest gangbare term is en bovendien ook binnen de Wmo2015 wordt gehanteerd, is deze overgenomen in de verordening. Onderdeel b: andere voorziening Een andere voorziening is een voorziening die de jeugdige kan ontvangen op grond van een andere wet dan de Jeugdwet, bijvoorbeeld de Wmo 2015, de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Onderdeel c: budgethouder De budgethouder is degene die op grond van de Jeugdwet een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt om daarmee jeugdhulp in te kunnen kopen. Aangezien zowel jeugdigen als ouders jeugdhulp kunnen krijgen, gaat het om de jeugdige of om de ouder(s). Onderdeel d: budgetplan Een plan waarmee de budgethouder toelicht hoe hij het pgb wil gaan besteden. Mede op basis van dit plan kan het college toetsen of aan de voorwaarden voor een pgb voldaan wordt. Zie ook de toelichting bij artikel 15 lid 2. Het college stelt een format beschikbaar voor het budgetplan. Onderdeel e: cliëntondersteuning In de Wmo is vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het aanbieden van cliëntondersteuning (artikel 2.2.4 Wmo 2015). Uit de definitie van cliëntondersteuning volgt dat de cliëntondersteuner ook een rol heeft bij de toegang tot jeugdhulp. Onderdeel f: familiegroepsplan Het familiegroepsplan zoals bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet. Onderdeel g: gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp in het kader van de Jeugdwet is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Opvoedproblemen horen immers tot de dagelijkse praktijk van veel gezinnen. Onder ‘andere verzorgers of opvoeders’ kunnen ook pleegouders vallen. Jeugdhulp kan slechts ingezet worden voor de hulp die de gebruikelijke hulp te boven gaat. Dat is bepaald in deze verordening. Voor de interpretatie van het begrip gebruikelijke hulp kunnen, indien nodig, beleidsregels worden opgesteld. Uit jurisprudentie blijkt dat, indien er sprake is van meer dan gebruikelijke hulp, dit niet per definitie betekent dat de gemeente een voorziening moet treffen (CRvB 2019/2362 en Rechtbank Rotterdam: ECLI:NL:RBROT:2018:702). Onderdeel h: hulpvraag Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Onderdeel i: individuele voorziening Een individuele voorziening is een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden vorm van jeugdhulp. Deze voorziening is niet vrij toegankelijk, er is een individuele beoordeling en ook een verleningsbeschikking nodig. Het gaat hierbij om het aanbod van jeugdhulp dat door het college is gecontracteerd. Onderdeel j: ondersteuningsplan Het ondersteuningsplan is het resultaat van het onderzoek dat de gemeente uitvoert naar de hulpvraag van jeugdigen en/of ouders. Het plan beschrijft de bijdragen die zowel het college, de hulpvrager als het sociale netwerk gaan leveren om gezamenlijk een oplossing te bieden voor de hulpvraag. Het ondersteuningsplan beschrijft dus niet noodzakelijk welke individuele voorziening wordt ingezet. Indien een individuele voorziening niet noodzakelijk is volgens het college, dan beschrijft het ondersteuningsplan hoe de ondervonden belemmeringen opgelost kunnen worden door inzet van eigen kracht van de jeugdige en ouders. Onderdeel k: persoonsgebonden budget (pgb) Een jeugdige of ouder kan een individuele voorziening ontvangen in de vorm van een persoonsgebonden budget. Met dit budget kan de jeugdige of ouder zelf de benodigde hulp inkopen. Onderdeel l: sociaal netwerk De Jeugdwet kent geen definitie van ‘sociaal netwerk’. In deze verordening wordt aangesloten bij de wettelijke definitie die de Wmo hanteert. Voor de uitleg van het begrip is verder ook artikel 16 lid 4 van de verordening relevant. Onderdeel m: wet Deze bepaling spreekt voor zich en behoeft geen toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel