Het college kan besluiten tot het weigeren of beëindigen van de schuldhulpverlening als:
de cliënt niet of in onvoldoende mate de verplichtingen uit artikel 5 nakomt;
het schuldhulpverleningstraject succesvol door cliënt is beëindigd, doordat de cliënt in staat is om zijn schulden (weer) zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren of het plan van aanpak volledig is uitgevoerd en afgerond, inclusief de nazorg;
de cliënt zich misdraagt ten opzichte van de medewerkers die belast zijn met werkzaamheden verband houdend met de gemeentelijke schuldhulpverlening;
op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening is toegekend, terwijl wanneer dit op het moment van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de cliënt zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet volledig wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van cliënt niet (langer) passend is;
schuldeiser(s) weigeren mee te werken aan een minnelijke schuldregeling;
er sprake is van niet-regelbare schuldenpakket en/of persoonlijke omstandigheden;
de totale schuldsituatie niet is vast te stellen;
de hoogte van de afloscapaciteit niet is vast te stellen;
de cliënt failliet is verklaard;
de cliënt fraude heeft gepleegd.
Artikel 6.
Weigerings- en beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening Pijnacker-Nootdorp 2023