**1..** Het budget van de rekenkamer bedraagt € 0,75 per inwoner per jaar. Dit bedrag wordt ieder jaar geïndexeerd op 1 januari op basis van de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (pBBP) volgens de mei-circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken van het voorafgaande jaar en jaarlijks aangepast aan het aantal inwoners per 1 januari van het betreffende jaar.
**2..** Besteding van het aldus beschikbaar gestelde budget vindt gerekend over de gehele periode van zes jaar op zodanige wijze plaats dat het door iedere gemeente beschikbaar gestelde budget voor onderzoeken ten behoeve van die gemeente wordt aangewend.
**3..** Ten laste van het in lid 1 bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
de vergoedingen aan de voorzitter en leden;
de vergoeding van de secretaris/secretariële ondersteuning van de rekenkamer;
eventuele kosten voor onderzoek en/of externe deskundigen;
de kosten van de werving en selectie van de leden;
eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
**4..** De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Deze verantwoording wordt opgenomen in het verslag zoals bedoeld in artikel 11 van deze verordening.
**5..** De rekenkamer is bevoegd binnen het aan haar beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
**6..** Reservevorming van het budget is niet mogelijk. Bij een groot en duur onderzoek kan de rekenkamer via de P&C-cyclus om extra budget verzoeken of om een transitorium (overlopende post in de boekhouding).