Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor 15 jaar verleend.
Zowel de vergunningverlener als de aanvrager heeft de mogelijkheid om een proefperiode van één maand aan de vergunning te verbinden.
In geval van overlijden, of ondercuratelestelling, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan op aanvraag van de vergunninghouder, zijn/haar erven of curator de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op naam van de echtgenoot/echtgenote, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij/zij duurzaam samenwoonde, of zijn/haar kind.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het derde lid, kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder of de mede-eigenaar van diens bedrijf de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij/zij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
Hoofdstuk
Artikel 5
Geldigheidsduur vergunning voor een vaste standplaats
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen