Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Beëindigings- en weigeringsgronden schuldhulpverlening

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening 2023

1.. Indien aanvrager niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. 2.. Alvorens ingevolge lid 1 te besluiten tot weigering dan wel beëindiging, kan de aanvrager bij het niet nakomen van de verplichtingen, zoals genoemd in artikel 4 van deze beleidsregel, de mogelijkheid geboden krijgen om alsnog, binnen de gestelde termijn, de verplichtingen na te komen. 3.. Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregel kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening indien: het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; de aanvrager zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een ander besluit zou zijn genomen; aanvrager zich ten opzichte van medewerkers van de gemeente ernstig misdraagt; de aanvrager dit uitdrukkelijk en schriftelijk verzoekt; aanvrager in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager, niet (langer) passend is; het minnelijk traject niet geslaagd is en de aanvrager geen gebruik wil maken van het wettelijk schuldregelingstraject (WSNP). de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; de aanvrager komt te overlijden; de aanvrager verhuist uit de gemeente Scherpenzeel of bij uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel