**1..** Het bestuursorgaan zal in beginsel overgaan tot weigering van een aanvraag om (wijziging van) een vergunning of tot intrekking van een reeds verleende vergunning, indien uit het eigen onderzoek of uit advies van het Bureau blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet, dan wel een situatie zich voordoet als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Wet.
**2..** Het bestuursorgaan kan de weigering van de vergunninghouder om een formulier als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid Wet, volledig in te vullen, in beginsel aanmerken als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid Wet (volgt uit artikel 4, eerste lid Wet).
**3..** Het bestuursorgaan kan de weigering van de aanvrager van een vergunning of de vergunning-houder om aanvullende gegevens te verschaffen, aanmerken als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid Wet (volgt uit artikel 4, tweede lid Wet).
**4..** Het bestuursorgaan kan bij een mindere mate van gevaar of bij een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, zevende lid van de Wet in beginsel voorschriften aan een beschikking verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.
**5..** Het verstrekkende bestuursorgaan of de verstrekkende rechtspersoon met een overheidstaak, kan een advies van het Bureau gedurende vijf jaar gebruiken in verband met een andere beslis-sing.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Gevolgen van een eigen onderzoek bij aanvragen (tot wijziging) van een vergunning
Onderdeel van Beleidsregels toepassing Wet Bibob gemeente Zeewolde 2023