Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot het vervoer ontzeggen, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van de inzittenden in de bus in gevaar brengt.
Voordat tot ontzegging wordt overgegaan, worden de volgende stappen ondernomen:
Wanneer er sprake is van meerdere of aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij de gemeente en wordt er een onderzoek gestart;
In het kader van dit onderzoek gaat de gemeente in gesprek met de vervoerder, de chauffeur, de ouders, eventueel de leerling en/of de school;
Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van verwijtbaar gedrag van de leerling, volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouders;
Wanneer verwijtbaar gedrag aanhoudt, volgt er een tweede waarschuwingsbrief. Het college kan in deze fase een extra zitplaats beschikbaar stellen ten behoeve van een ouder/begeleider. De kosten van een begeleider zijn voor rekening van de ouders. De vervoerskosten betaalt de gemeente.
Wanneer de klachten en het verwijtbaar gedrag na ontvangst van de tweede waarschuwingsbrief alsnog aanhouden, kan per direct een schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek;
Wanneer na hervatting van het aangepast vervoer de klachten en verwijtbaar gedrag aanhouden, kan de leerling worden uitgesloten van het vervoer tot het einde van het schooljaar. De vervoersvoorziening wordt dan ingetrokken.
Wanneer ouders na de intrekking opnieuw gebruik willen maken van een vervoersvoorziening zal er een nieuwe aanvraag moeten worden ingediend.
Artikel 10.
Ontzegging vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente ’s-Hertogenbosch 2023