In de verordening is de mogelijkheid opgenomen om niet alleen de vervoerskosten van de leerling maar ook die van een begeleider te vergoeden. Hierbij kan het gaan om de kosten van het openbaar vervoer of om het beschikbaar stellen van een zitplaats in een taxi(busje) voor de begeleider.
Begeleiding is primair een taak van de ouders. Als het niet mogelijk is dat ouders zelf de begeleiding uitvoeren, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Ingeval de leerling in een instelling woont, blijven de ouders en de instelling verantwoordelijk voor de zorg en de daarmee samenhangende begeleiding van de leerling naar school en terug. Als ouders en de instelling er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen.
Uitgangspunt is dat leerlingen tot en met 10 jaar gebruik maken van het OV met begeleiding en ouder dan 10 jaar met het OV reizen zonder begeleiding.
Slechts indien uit de aanvraag en/of gesprek en te overleggen bewijzen blijkt, dat het begeleiden of zelf brengen van een leerling door de ouders of anderen onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden en een andere oplossing onmogelijk is, verstrekt het college aan de ouders van de leerling bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer. Daarbij is het uitgangspunt, dat deze vergoeding maximaal 2 maanden verstrekt wordt en er in die tijd een structurele, duurzame oplossing gezocht wordt.
Om te kunnen beoordelen of begeleiden onmogelijk is of dat een gezin ernstig wordt benadeeld als ze moet zorgen voor de begeleiding van een kind naar (speciale scholen voor) basisonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs, zijn de onderstaande criteria opgesteld.
Van ouders wordt geen begeleiding verlangd, indien:
de ouder van een éénoudergezin kan aantonen dat hij niet langer zijn werk kan uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Hiervoor dient een werkgeversverklaring te worden overlegd waaruit per werkdag blijkt, dat het vanwege de werktijden niet mogelijk is om in de volledige begeleiding te voorzien. Gedeeltelijke begeleiding van zijn kind is dan het uitgangspunt.
het een eenoudergezin betreft, waarin nog een kind jonger dan 9 jaar is, dat nog niet zelfstandig naar school kan gaan of waarbij de ouder werkt of een dagopleiding volgt en werk- of lestijden het onmogelijk maken het kind te begeleiden;
er structurele medische redenen zijn die ouders belemmeren hun kind te begeleiden. Dit moet worden vastgesteld door een medisch deskundige niet zijnde de eigen huisarts;
de reistijd per openbaar vervoer of de reistijd met eigen vervoer gaat voor de begeleider een bepaalde tijd te boven. De begeleiding van een leerling mag een begeleider, indien deze is aangewezen op openbaar vervoer, maximaal vier uur per dag kosten. Het maximum aantal overstappen wordt gesteld op 2. Met eigen vervoer is de maximale begeleidingstijd per dag twee uur;
het betreft een één oudergezin waar een kind door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft. Dit dient door een medische deskundige te worden vastgesteld en ouders dienen hiervoor een medische verklaring te leveren.
Dat beide ouders werken is op zich geen reden om leerlingenvervoer toe te kennen.
Verder wordt de ouders gevraagd middels een verklaring aannemelijk te maken wat de ouders hebben ondernomen om de begeleiding van hun kind te organiseren en waarom dit niet lukt. Daarbij wordt ook gekeken naar begeleidingsmogelijkheden van mensen uit het sociale netwerk van de ouders.
Artikel 5.
Begeleiding door ouders
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente ’s-Hertogenbosch 2023