Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.

Artikel 2.4.4.

Wieringermeerpolder

Onderdeel van Erfgoedvisie Hollands Kroon van de gemeente Hollands Kroon 2023

Ten tijde van de prehistorie was de huidige Wieringermeer een moerasgebied met hierin een groot bos. Het Creiler Woud reikte van ongeveer Texel tot Enkhuizen. Er zijn sporen van bewoning gevonden van de Trechterbekercultuur. De meest opvallendste archeologische vondst is de kano in de Dijkgatsweide. De zee slokte grote delen van het land op. Het Creiler Woud werd tijdens de Allerheiligenvloed in 1170 verzwolgen. In 1927 werd door een grote behoefte aan landbouwgrond gestart met de drooglegging van de Wieringermeer. Gemaal Lely zorgde samen met gemaal Leemans voor de bemaling. Het verkavelingsplan was hoofdzakelijk gericht op agrarisch gebruik van de gronden. De polder is niet vanaf een middenlint ontworpen maar heeft een driehoekige structuur gekregen vanaf de randen naar het midden. Door deze strategie zijn er geen restkavels aan de randen ontstaan. Dit vormt een geometrische driehoekstructuur met kanalen, vaarten en verbindingswegen. De wegen en waterlopen waren rechtlijnig en rechthoekig om de kavels zo efficiënt mogelijk te ontwateren en goed bereikbaar te maken. Het nieuwe land werd vanaf 1934 in gebruik genomen. De Wieringermeerdirectie was verantwoordelijk voor de uitgifte van grond en bepaalde de kavelgroottes. De standaard kavels waren 20 hectare maar werden groter vanwege de schaalvergroting in de landbouw. Voor het eerst had de overheid zo een grote rol bij het ontstaan en de inrichting van een nieuwe polder. Vanuit heel Nederland kwamen er pachters naar de Wieringermeer. Een bijzondere groep binnen deze pioniers was de Stichting Joodse Arbeid die de Oostwaardhoeve mocht pachten. Joodse jongeren kwamen naar het ‘Joods Werkdorp’ om een praktijkopleiding te volgen voor bijvoorbeeld metselaar, timmerman of landbouwer. In de Tweede Wereldoorlog is het kamp ontruimd door de Duitse bezetter. De rijksoverheid was, met de Wieringermeerdirectie als uitvoerend orgaan, verantwoordelijk voor de ontginning en de inrichting van de Wieringermeerpolder maar ook voor de maatschappelijke opbouw. In het verkavelingsplan voor de Wieringermeer werd een standaard kavelgrootte vastgesteld van 20 hectare. Hiermee konden weidebedrijven van 20 tot 20 hectare ha en akkerbouwbedrijven van 40 tot 60 hectare worden gesticht. Na de ontginning en het in cultuur brengen van de gronden werden vanaf 1934 de eerste kavels met boerderijen uitgegeven aan pachters die afkomstig waren uit verschillende delen van Nederland. Voor het eerst had de overheid zo een grote rol bij het ontstaan en de inrichting van een nieuwe polder. De boerderijen werden ontworpen door de Bouwkundige-afdeling van de Wieringermeerdirectie. Het ontwerp van de nieuwe boerderijen werd een van eigenschappen van de Friese, de Saksische, de Noordhollandse typen en de boerderijen op de Zuidhollandse eilanden. Dit type paste in de keten van boerderijtypen langs de kust van Zeeland tot Denemarken. Om de voordelen van seriebouw ten volle te benutten en de bouwkosten te drukken werden vanaf 1936 vijf standaardtypen boerderijen ontwikkeld. Met deze vijf typen kon men een bedrijfsgebouw ontwerpen wat juist overeenkwam met de bodemgeschiktheid (gras en/of akkerbouwland) en het uitgifteplan (kavelgrootte). Architect en stedenbouwer M.J. Granpré Molière is verantwoordelijk voor de inrichting van de dorpen. Hij is onder andere bekend van het stedenbouwkundige concept ‘tuindorpen’. Dat werden ruim opgezette wijken met een welvarende uitstraling en veel ruimte voor groen om verpaupering tegen te gaan. De diepe achtertuinen aan bijvoorbeeld de Sternstraat in Wieringerwerf herinneren hieraan. Middenmeer, Slootdorp, Wieringerwerf en Kreileroord zijn gesitueerd op kruispunten van kanalen en wegen. Elk dorp heeft een eigen sfeer en karakter. Kerken, scholen en andere bijzondere gebouwen kregen een belangrijke plaats op een kruispunt of hoekpunt van een dorp. Oorspronkelijk was Middenmeer bedoeld als het handelscentrum met hieromheen een cirkel van dorpen. Er zijn echter maar drie kransdorpen gerealiseerd. Wieringerwerf zou dienen als het bestuurscentrum. Landschapsarchitect J.T.P Bijhouwer maakte het beplantingsontwerp van de Wieringermeer. Hij ging voor eenvoud en strakheid. Laanbeplanting moest de doorgaande wegen accentueren in de grote openheid van het nieuwe polderlandschap. Na de Tweede Wereldoorlog waren de bomen verdwenen en werden vooral jonge en snelgroeiende populieren aangeplant. De erfbeplanting rond de boerderij zorgde voor een groeneiland in het open landschap. In de woongebieden was er ruimte voor sierbeplanting. De bomenrijen om de dorpskern heen moesten zorgen voor luwte, schaduw en diende als buffer tegen de zeewind. Op percelen die niet gemakkelijk of efficiënt waren te beheren, zogenaamde overhoeken, werden ook bomen aangeplant. De dorpsbosjes zijn nog goed te herkennen aan de Slootweg. Op de grond die ongeschikt bleek voor de landbouw werd in 1934 door Staatsbosbeheer het Robbenoordbos aangeplant. Het naastgelegen Dijkgatbos is ontstaan na de door het terugtrekkende Duitse leger veroorzaakte dijkdoorbraak in 1945. Door de kracht van het water is het historische dekzand omhoog gespoeld waardoor het gebied niet meer geschikt was voor de landbouw. Op de plek waar de dijk ter ontploffing is gebracht zijn twee wielen ontstaan. In het plan van Bijhouwer was ook opgenomen om de taluds van sloten en kanalen stevig te beplanten met boomsingels van populier, wilg en es. Door de ontwikkeling van gemotoriseerde schepen was deze beplanting geen bezwaar, er hoefde immers geen vrije ruimte te zijn naast een kanaal of sloot om een schip als een trekschuit voort te kunnen trekken. In de praktijk zijn weinig van dit soort taluds beplant omdat men toch bang was voor schade aan de gewassen. De Wieringermeer wordt omkaderd door dijken. Met name de IJsselmeerdijk over de volledige lengte van de polder is een ruimtelijke drager met uitzicht over het IJsselmeer. Opvallend is de enige bebouwing op de dijk: de twee dijkmagazijnen. Deze karakteristiek gebouwen zijn uniek en een tastbare herinnering aan het beschermen en onderhouden van de dijk. Na de Tweede Wereldoorlog werd de landbouw gemoderniseerd. Akkerbouwer Sicco Mansholt uit Middenmeer werd minister van Landbouw en Voedselvoorziening en zijn beleid zorgde voor schaalvergroting, intensieve landbouw en productiestijging. In de Wieringermeer had dit grote gevolgen voor de agrarische sector. 2.4.4.1.Kwaliteit Wieringermeerpolder Het zorgvuldige driehoekige ontwerp van de Wieringermeerpolder met de rechtlijnige kanalen, vaarten, verbindingswegen en laanbeplanting als dragers van het landschap. Grote openheid van het polderlandschap met ruime zichtlijnen. Er zijn verschillende boerderijtypen in de Wieringermeer waardoor het type bedrijf afgelezen kan worden aan de architectuur. Deze boerderijen zijn uniek voor dit gebied. De groenstructuren zoals bedacht door landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer. Het natuurgebied rond de twee dijkwielen en het Dijkgatbos als blijvende herinnering in het landschap aan de dijkdoorbraak in 1945.

Rechtspraak bij dit artikel