Naar hoofdinhoud
1.. Voor gevallen waarin de afstand niet dwingend bij of krachtens de wet is voorgeschreven, geldt dat de afstand tussen de veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object moet bedragen: binnen de bebouwde kom tenminste 50 meter; buiten de bebouwde kom tenminste 25 meter. 2.. De afstand van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de grens bouwvlak van het geurgevoelig object mag niet kleiner worden, dan op het moment van het in werking treden van deze verordening vergund was op grond van de Wet milieubeheer dan wel volgens de laatst gedane melding. 3.. De afstanden worden bepaald overeenkomstig de Regeling geurhinder en veehouderij. 4.. Als de toepassing van deze verordening leidt tot een kennelijke onredelijkheid voor de aanvrager, kan het college, met inachtneming van alle relevante belangen, afwijken van het bepaalde in lid 2, behoudens het in lid 1 gestelde.

Rechtspraak bij dit artikel