Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Afstand doen van de hond of inbeslagname

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden Noordoostpolder

1.. Als de eigenaar of houder van een hond, die op grond van artikel 2 van deze beleidsregels door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het kort-aanlijn en/ of muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de houder of eigenaar gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond. 2.. De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 125 lid 3 Gemeentewet, artikel 5:21 Awb en of 5:31, tweede lid, van de Awb, of artikel 172 Gemeentewet: als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de eigenaar of houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond, of; bij een zeer ernstig bijtincident of zeer ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. 3.. Bij het in het tweede lid, onder a en b, omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond geeft de burgemeester opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een partij zoals vermeld in artikel 4, lid 3 van deze beleidsregels. 4.. Wanneer uit deze gedragstest blijkt dat de hond niet kan worden teruggeplaatst, niet resocialiseerbaar is, elders niet herplaatsbaar is, of anderszins het risico op bijtincidenten niet kan worden voorkomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te laten euthanaseren. Euthanaseren wordt uitsluitend gedaan door een dierenarts. 5.. De kosten van vervoer, opvang / verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, overige noodzakelijke kosten na inbeslagname en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden hierop verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel