Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: Het bedrag van de goedkoopste adequate voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: hulp bij het huishouden: hbh1 formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; hbh2 formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; hbh 1 en 2 informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; individuele begeleiding: formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; groepsbegeleiding en dagbesteding: formele hulp of uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; kortdurend verblijf en respijtzorg: met laag intensieve ondersteuning formele hulp of uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; met hoog intensieve ondersteuning formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief dat voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleide beroepskracht zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar; een autoaanpassing: op basis van de kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; verhuishulp: op basis van de kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde verhuizer of volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente hiervoor geen overeenkomst heeft gesloten en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; vervoerskosten eigen auto: een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van hoofdstuk 10.1 Cao Rijk. 3. . Bij maatschappelijke ondersteuning die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 2ab lid 1 Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt het pgb: de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab lid 1 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. 4.. Het college kan, ten aanzien van het in dit artikel bepaalde, nadere regels stellen.

Rechtspraak bij dit artikel