De subsidie wordt niet verleend indien één of meer van de navolgende situaties zich voordoet:
de aanvrager niet aantoonbaar de eigenaar van het monument is;
een voor de werkzaamheden vereiste vergunning niet is verleend;
de kosten van de voorzieningen kunnen worden gedekt uit de opbrengsten van een brand- en/of stormverzekering of enige andere vorm van verzekering;
de aanvrager zonder schriftelijke toestemming vooraf van het college met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de subsidie is verleend;
door het verlenen van subsidie het in artikel 4 bedoelde subsidieplafond wordt overschreden;
de aanvrager een daarvoor door het college aangewezen deskundige of ambtenaar niet toestaat om het monument of varend erfgoed te inspecteren;
de gevraagde voorzieningen geen zicht geven op duurzame instandhouding;
door de uitvoering van de werkzaamheden de (historische) karakteristiek wordt aangetast;
de kosten van de gevraagde voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
als voor dezelfde werkzaamheden aan de kerktoren, luidwerk en/of uurwerk in de voorafgaande periode van 6 jaar subsidie is toegekend;
voor zover van toepassing: het bedrijf dat de voorzieningen zal treffen niet is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
een kerktoren, luidwerk of uurwerk voor dezelfde restauratie- en/of onderhoudswerkzaamheden een aanvraag heeft ingediend voor de subsidie voor gemeentelijke monumenten of de voorgaande 6 jaar voor dezelfde werkzaamheden een subsidie voor gemeentelijke monumenten heeft ontvangen.
Hoofdstuk 3
Artikel 17
Afwijzingscriteria
Onderdeel van Subsidieverordening Kerktorens Hollands Kroon