De raad benoemt de voorzitter van de reguliere onderzoekscommissie. De leden van de reguliere onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.
De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zijn raadsleden.
De voorzitter is belast met:
het leiden van de beraadslaging en zitting;
het handhaven van de orde;
het bewaken van het door de raad voor het onderzoek vastgestelde budget;
het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;
hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
Hoofdstuk 3
Artikel 16