De inkomensgrens waarboven er sprake is van draagkracht wordt vastgesteld op 150% van het sociaal minimum omdat het voor de lage inkomensgroepen steeds moeilijker of zelfs onmogelijk is om de verhoogde energiekosten maandelijks te kunnen betalen.
Een belanghebbende die een aanvraag bijzondere bijstand energiekosten indient bevindt zich veelal in een acute financiële noodsituatie. Om de aanvraag zo spoedig mogelijk te kunnen beoordelen worden enkele complexe vermogensberekeningen, zoals vermogen uit eigen zelfbewoonde woning, buiten beschouwing gelaten. Daarnaast wordt vermogen waarover de belanghebbende niet direct en vrij over kan beschikken buiten beschouwing gelaten. Voorbeelden zijn afkoopwaarden en motorvoertuigen.
Artikel 4.
Artikel 4.
Onderdeel van Tijdelijk addendum II op de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Stein 2021