1. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7 en 8 lid 1, wordt vastgesteld op:
a. 5 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
2. Het college kan een verlaging van categorie c over maximaal drie maanden toepassen. Waarbij over iedere maand minimaal 1/3 van de verlaging wordt toegepast.
3. De verlaging bij gedragingen als bedoeld in artikel 8 lid 2 is blijvend. De hoogte van de verlaging is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Stein 2023