**1..** De ontvanger van de beschikking tot borgstelling en/of geldlening heeft de volgende verplichtingen:
jaarlijks, binnen een maand na het eind van ieder boekjaar, wordt een saldobevestiging van de geldlening waarop de borgstelling betrekking heeft bij de gemeente ingediend;
jaarlijks, binnen zes maanden na het eind van ieder boekjaar, wordt een jaarrekening bij de gemeente ingediend;
in het jaarverslag en de begroting wordt aandacht besteed aan de financiële risico’s die de rechtspersoon kent en/of verwacht;
gedurende de gehele looptijd van de borgstelling en/of geldlening zal de aanvrager, op een daartoe strekkend verzoek van de gemeente de gevraagde informatie verstrekken;
gedurende de gehele looptijd van de borgstelling en/of geldlening zal de aanvrager de door de gemeente gegeven aanwijzingen omtrent inhoudelijke en financiële zaken opvolgen. De aanvrager verbindt zich daartoe passende maatregelen te treffen;
de borgstelling en/of geldlening zal enkel worden gebruikt voor het doel waarvoor deze is aangegaan. Hiervoor wordt na afronding van het betreffende doel éénmalig de geleverde prestatie gecontroleerd;
wanneer de gemeente wordt aangesproken als borg voor de betaling van (restant) hoofdsom van de geldlening, (wettelijke) rente en/of kosten, blijft te allen tijde deze betaling als schuld op de aanvrager rusten, vermeerderd met eventueel verschuldigde rente en kosten ex artikel 7:866 BW. Artikel 7:868 BW wordt uitgesloten.
**2..** Wanneer, bij een geldlening, de aanvrager niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen, is de gemeenteraad bevoegd om uitstel van betaling (geen ondergrens van toepassing) dan wel in het uiterste geval kwijtschelding toe te passen.
Artikel 6
(Eind)verantwoording ontvangen borgstelling en/of geldlening
Onderdeel van Beleidsregels borgstellingen en geldleningen gemeente Waadhoeke