Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Ontzegging aangepast vervoer

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Maasdriel 2023

Indien sprake is van ernstig normafwijkend gedrag (artikel 7 lid 4 de en e van de Verordening) kan het college een leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzeggen. Procedure Hierbij wordt de volgende procedure gevolgd: na ontvangst van informatie van de vervoerder over het gedrag van de leerling zal dit worden onderzocht. Onderdeel van dit onderzoek is het bespreken met de ouder(s)/verzorger(s) en eventueel andere betrokkenen. Indien noodzakelijk wordt verder onderzoek uitgevoerd; wanneer de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval is terug te voeren op de ernstige verstandelijke handicap van de leerling en dus aan de leerling niet kan worden toegerekend dan wordt met de vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijvoorbeeld begeleiding in het aangepast vervoer of een eigen vervoersvergoeding); wanneer de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval niet is terug te voeren op de ernstige verstandelijke handicap van de leerling, dan wordt het ongewenste gedrag aan de leerling toegerekend. Het college beslist over het sanctioneren en de wijze waarop; wanneer de conclusie van het onderzoek van het college is dat het ongewenste gedrag moet worden toegerekend aan de ouder(s)/verzorger(s), voert het college hierover een gesprek met de ouder(s)/verzorger(s); Wanneer bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken hebben gemeenten overleg met elkaar voordat een sanctie wordt opgelegd; afhankelijk van de ernst van het incident of incidenten ontvangen de ouder(s)/verzorger(s) van het college een besluit met: een schriftelijke waarschuwing, of; een tijdelijke uitsluiting, of; een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing; voordat het besluit wordt verstuurd vindt een gesprek plaats met de ouder(s)/verzorger(s). Sancties De schriftelijke waarschuwing omvat de aankondiging dat: bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer; de leerling van enige vorm van leerlingenvervoer wordt uitgesloten voor een termijn van maximaal twee maanden exclusief vakanties, wanneer de leerling zich na de eerste schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag. Tijdelijke uitsluiting omvat een besluit dat de leerling voor een termijn van één dag tot vier weken wordt uitgesloten van enig vorm van leerlingenvervoer. Wanneer de leerling zich na de tijdelijke uitsluiting binnen twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, dan wordt de leerling uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer met een maximum van twee maanden exclusief vakanties. Het is mogelijk dat de sanctie doorloopt in het nieuwe schooljaar. Het recht op een vervoersvoorziening is geen absoluut recht. Als er na de schorsing uit bovengenoemd lid c het onaanvaardbaar gedrag blijft voortduren dan kan dit er uiteindelijk toe leiden dat de vervoersvoorziening beëindigd wordt of dat er geen nieuwe toekenning wordt afgegeven. Bij ernstige incidenten zoals wapenbezit, geweld, bedreiging en vernieling bestaat de mogelijkheid om per direct te schorsen voor een of meerdere dagen (maximaal één week). Dit is ook van toepassing wanneer niet direct kan worden vastgesteld wat er is gebeurd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel