De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan aan het college in de volgende gevallen:
het toevoegen en of wijzigen van algemene bepalingen, begripsbepalingen, meetbepalingen en indieningsvereisten voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
Wijzigingen van technische aard, zoals het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefouten in het omgevingsplan;
het verwerken van kaderstellend beleid indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college;
het opnemen van een verleende buitenplanse omgevingsvergunning in het omgevingsplan;
het opnemen van nieuwe ontwikkelingen waarvan de raad heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van het bindend adviesrecht;
het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan;
het actualiseren/aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen;
het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden binnen de beleidskaders die de raad op dit gebied heeft vastgesteld;
het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan;
het nemen van een spoedeisend voorbereidingsbesluit ter voorkoming van ongewenste ontwikkelingen tijdens de voorbereiding van een nieuw omgevingsplan;
wijzigingen zoals omschreven in de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen van het tijdelijk omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan);
het toevoegen van gegevens aan de regels in het omgevingsplan, die het omgevingsplan machineleesbaar maken (annoteren onder de Omgevingswet).
Artikel 1.
Delegeren bevoegdheden vaststellen Omgevingsplan
Onderdeel van Delegatiebesluit gemeente Westerkwartier 2023