Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening Wet Inburgering Gemeente Stein

1.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in door het college vast te stellen beleidsregels. 2.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in door het college vast te stellen beleidsregels. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in door het college vast te stellen beleidsregels. 4.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in door het college vast te stellen beleidsregels. 5.. Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van de Wet Werk en Bijstand (WWB) wordt geen bestuurlijke boete opgelegd, maar een maatregel in het kader van de WWB (artikel 37 Wet Inburgering).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel