**1..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt ten hoogste 20% van de bijstandsnorm (incl. toeslag) voor een maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, dit tot een maximum van € 250,--. De bestuurlijke boet wordt opgelegd indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**2..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt ten hoogste 40% van de bijstandsnorm (incl. toeslag) voor een maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, dit tot een maximum van € 500,--. De bestuurlijke boete wordt opgelegd indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 40% van de bijstandsnorm (incl. toeslag) voor een maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, dit tot een maximum van € 500,--. De bestuurlijke boet wordt opgelegd indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Brummen 2007