Naar hoofdinhoud
De gemeente start na de aanvraag Jeugdhulp of melding van de hulpvraag Wmo het onderzoek en maakt zo spoedig mogelijk met de inwoner een afspraak voor een gesprek. De gemeente verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het onderzoek. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelfstandig of zonder toestemming kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren of vraagt de gemeente om toestemming om deze op te vragen bij derden. Bij de uitnodiging voor het gesprek wordt duidelijk gemaakt welke gegevens dat zijn. De inwoner verstrekt in ieder geval inzicht in de woonsituatie, de hulpvraag en wanneer van toepassing de daarbij behorende hulpverleningsgeschiedenis en huidige hulpverlening, zodat op juiste wijze beoordeeld kan worden welke ondersteuning passend is. Als de inwoner een persoonlijk plan of familiegroepsplan heeft gemaakt, wordt deze bij het onderzoek betrokken. De gemeente kan afzien van een gesprek als: a. de hulpvraag van de inwoner voldoende bekend is, en; b. er sinds de aanmelding geen relevante wijzigingen zijn geweest in de situatie van de inwoner, en; c. inwoner daarmee instemt. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, tenzij de identiteit al bij de betrokken medewerker van de gemeente bekend is. De gemeente onderzoekt indien nodig in een gesprek tussen de inwoner en eventuele andere betrokkenen: a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de inwoner en in het geval van een jeugdige ook zijn ouders. Indien er een jeugdige betrokken is, ook de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige; b. de hulpvraag, oftewel welke problemen, beperkingen worden ervaren, de beoogde oplossing en het gewenste resultaat, waarbij normaliseren en een aanvaardbaar niveau van participatie en zelfredzaamheid het uitgangspunt is; c. de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of door gebruikmaking van één of meerdere algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing voor de hulpvraag te vinden. Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel is algemeen gebruikelijk als deze: • niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; • daadwerkelijk beschikbaar is; • een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; • financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner; f. de mogelijkheden om door gebruikmaking van één of meerdere andere voorzieningen een oplossing voor zijn/haar hulpvraag te vinden; g. welke bijdrage in de kosten de inwoner verschuldigd is, indien een maatwerkvoorziening Wmo als mogelijke oplossing voor zijn/haar hulpvraag wordt overwogen. h. de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb wanneer een maatwerkvoorziening als mogelijke oplossing voor zijn/haar hulpvraag wordt overwogen. Hierbij wordt de inwoner in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze, de werkwijze bij het pgb en de daaraan verbonden rechten en plichten. i. hoe bij de oplossing voor zijn/haar hulpvraag zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner. De gemeente kan een onafhankelijk, specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen als de hulpvraag dit vereist.

Rechtspraak bij dit artikel