Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Voeren van een huishouden

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdwet gemeente Buren 2023

Huishoudelijke ondersteuning (HO) kan als maatwerkvoorziening worden ingezet als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden of wanneer er sprake is van een (dreigend) disfunctioneren van het huishouden. De inzet van de maatwerkvoorziening ‘Huishoudelijke ondersteuning’ ondersteunt inwoners die problemen hebben bij het voeren van een huishouden. Deze ondersteuning kan bestaan uit het schoonmaken van het huis, doen van boodschappen of bereiden van een broodmaaltijd of warme maaltijd. Maar ook kan ondersteuning worden geboden bij de dagelijkse organisatie van het huishouden, het aanleren van of activeren tot het uitvoeren van huishoudelijke taken of tijdelijke verzorging van inwonende (minderjarige) kinderen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening HO noodzakelijk is, wordt vervolgens de omvang van de maatwerkvoorziening bepaald om te komen tot een schoon en leefbaar huis. Hierbij wordt het normenkader van KPMG gebruikt, zie bijlage 2. Pilot huishoudcoach De VNG heeft 23 november 2020 een advies uitgebracht aan gemeenten met maatregelen die ingezet kunnen worden om de kosten rondom huishoudelijke ondersteuning beheersbaar te houden. Dit omdat de Rijksoverheid de gemeenten niet volledig compenseert voor de extra kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Zo adviseert de VNG onder andere een maatregel in te zetten die binnen het wettelijk kader van de Wmo past, namelijk het inrichten van een algemene voorziening om de eigen kracht van de cliënt te stimuleren. “In plaats van een maatwerkvoorziening krijgt de cliënt een aanbod waarmee hij de hulp van een deskundige kan inroepen. Deze deskundige komt bij de cliënt thuis en bespreekt met hem welke algemeen verkrijgbare hulpmiddelen er zijn waarmee mensen met een beperking hun huishouden (grotendeels) zelf kunnen blijven doen. Met deze algemene voorziening kan de maatwerkvoorziening in sommige gevallen worden afgewezen, dan wel uitgesteld of kan een maatwerkvoorziening met een lager aantal uren worden verstrekt.”[1] Deze algemene voorziening willen we vormgeven in een eenjarige pilot (2023), in de vorm van een huishoudcoach. De huishoudcoach heeft een afgeronde agogische MBO of HBO opleiding, gericht op de doelgroep van de gespecialiseerde thuisbegeleiding of gespecialiseerde gezinsverzorging. Of is een ergotherapeut, leefstijlcoach of oud consulent. De huishoudcoach is een communicatief vaardige duizendpoot met kennis van de Wmo. Zij/hij kent de wet- en regelgeving, kent het voorliggend aanbod, signaleert en reflecteert, heeft verstand van huishoudelijke taken, kent de sociale kaart en is zacht op de relatie, hard op de inhoud. Met de huishoudcoach wordt ingezet op de zelfstandigheid en het (kort) begeleiden van de inwoner naar een situatie waarin de inwoner zelf binnen de eigen mogelijkheden het eigen huishouden kan doen of organiseren. Dit wordt ook wel reablement genoemd. Dit draagt bij aan de zelfstandigheid en kan helpen om langdurige inzet van ondersteuning te voorkomen. Door het inzetten van een huishoudcoach bij een melding voor huishoudelijke ondersteuning kan men samen met de inwoner en zijn leefeenheid kijken hoe men de zelfredzaamheid in het huishouden kan behouden. In plaats van de werkzaamheden over te nemen, kan ingezet worden op het aanleren van nieuwe vaardigheden, anders inrichten van het huis, gebruik van specifieke hulpmiddelen (b.v. robotstofzuiger, wasmachine of wasdroger op hoogte plaatsen, boodschappen- en maaltijdservice) of het aanpassen van werkzaamheden waardoor de inwoner en zijn leefeenheid dit nog wel zelf kan. De coach heeft een bewustwordings-, en informatieve taak rondom het hele huishouden. Dit vergt veel actuele kennis en ervaring inzake het voeren van een huishouden en goede communicatieve vaardigheden inzake het coachen van een inwoner en zijn leefeenheid. Door het anders omgaan met de bestaande huishoudelijke werkzaamheden leert de inwoner en zijn medebewoners hoe men het zelf kan blijven doen. Daar waar nodig zal de huishoudcoach samen met de inwoner kijken naar wat familie, kinderen en kennissen kunnen en willen bijdragen. Ook een grote kennis van de sociale kaart is van belang om mensen op alternatieven te attenderen. Indien nodig kan de huishoudcoach in het advies aangeven voor welk onderdeel een maatwerkoplossing aangevraagd kan worden. Concreet betekent dat de cliënt een advies krijgt met daarin zaken die hijzelf kan doen, wat voorliggend opgelost kan worden en wat resteert met maatwerk opgelost kan worden (indien nodig). Eventueel kan de huishoudcoach na het traject (zeer lichte) begeleiding blijven bieden. Ondersteuningsvraag maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning Bij een melding van een ondersteuningsvraag op het gebied van het voeren van een huishouden oordeelt het Sociaal Team zoals gezegd in eerste instantie of de problemen eventueel op eigen kracht kunnen worden opgelost. Hierbij kan gedacht worden aan het herinrichten van de woning zodat de taken gemakkelijker kunnen worden uitgevoerd, het verdelen van de taken over de week zodat dit beter vol te houden is en/ of het bijstellen van de eigen normen. Ook indien er al jaren een huishoudelijke hulp op eigen kosten wordt ingehuurd en hiermee de ondersteuningsvraag afdoende wordt opgelost, kan het Sociaal Team oordelen dat er geen Wmo ondersteuning nodig is. Wel wordt onderzocht of de hulp daadwerkelijk aanwezig en toereikend is. De inzet van gebruikelijke hulp wordt toegelicht in het afwegingskader in hoofdstuk 3 van deze beleidsregels. Binnen het sociaal netwerk wordt nagegaan of bijvoorbeeld buren, kinderen of vrienden iets kunnen betekenen, zoals bij het doen van de boodschappen of de was-verzorging. Ook kan ondersteuning vanuit de Wlz aan de orde zijn. Indien het vermoeden is dat een inwoner in aanmerking komt voor een Wlz indicatie, dan kan als voorwaarde gesteld worden dat deze wordt aangevraagd (zie hoofdstuk 3.7.1 van deze beleidsregels). Er kan dan slechts ondersteuning vanuit de Wmo geboden worden voor de overbruggingsperiode. Afwegingkader Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden, neemt de verantwoordelijkheid van de inwoner niet over, maar het helpt de inwoner op weg om het resultaat te behalen. De leefeenheid van de inwoner is primair zelf verantwoordelijk voor het huishouden. Als een inwoner problemen ervaart bij het uitvoeren van huishoudelijke taken, dan wordt verwacht dat deze taken door anderen binnen de leefeenheid worden overgenomen volgens de richtlijnen in onderstaand kader. Het 'niet gewend zijn om' of 'geen ondersteuning willen en/of kunnen verrichten' zijn geen redenen om een maatwerkvoorziening toe te kennen. Wanneer vaardigheden missen, kan een tijdelijke indicatie (maximaal zes weken) worden afgegeven voor het aanleren van bijvoorbeeld huishoudelijke taken. De taak wordt dan niet overgenomen maar via instructies aangeleerd. Ook studie, drukke werkzaamheden, lange werkweken of veel reistijd vormen geen reden om geen gebruikelijke hulp te kunnen bieden. Immers, iedereen die werkt/studeert zal naast zijn werk/studie het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor moeten zoeken. Bijdrage van huisgenoten en inwonende kinderen aan het huishouden In geval de leefeenheid van de inwoner mede bestaat uit kinderen, dan wordt ervan uitgegaan dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd/ontwikkelingsfase en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding. Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand doen. Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen, kleding in de wasmand doen, eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen. Huisgenoten van 18 tot en met 23 jaar worden verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Het gaat hierbij om de volgende taken: schoonhouden van sanitaire ruimte; keuken en één kamer; de was doen; boodschappen doen; maaltijd verzorgen; afwassen en opruimen; indien nodig kan opvang van jongere gezinsleden tot hun taken horen. Huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overnemen (meerpersoonshuishouden voeren) wanneer de inwoner uitvalt. Er zijn enkele uitzonderingssituaties waarbij gebruikelijke hulp niet geboden kan worden, dit zijn: Beperkingen Als uit een objectief onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking, handicap of probleem, waardoor redelijkerwijs de taken niet overgenomen kunnen worden. Fysieke afwezigheid in verband met werk Indien een huisgenoot vanwege werkzaamheden langdurig van huis is. Bijvoorbeeld bij internationaal vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de offshore of mariniers. Vuistregels hierbij zijn dat het een aaneengesloten periode betreft van zeven etmalen, de afwezigheid inherent is aan het werk en een verplichtend karakter. (Dreigende) overbelasting In het geval degene die gebruikelijke zorg dient te verlenen overbelast is of als overbelasting dreigt, kan afgeweken worden van de regels rond gebruikelijke hulp. Zie (paragraaf onderzoek hoofdstuk 3) voor meer informatie rondom overbelasting. Inzet van (tijdelijke) maatwerkvoorziening HO kan een oplossing bieden. Belangrijk hierbij is om daarnaast afspraken met de inwoner en zijn huisgenoten te maken over welke stappen er worden genomen t.a.v. de overbelasting. Algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen huishoudelijke ondersteuning Als algemene voorziening worden de volgende diensten of hulpmiddelen aangemerkt: Diensten: Sociale alarmering Boodschappenservice Maaltijdvoorzieningen Klussendienst of vrijwilligers Ramenwasservice (buitenzijde) Kinderopvang/peuterspeelzaal Huishoudcoach (pilot 2023) Hulpmiddelen: Verhoging voor de wasmachine Droger Afwasmachine Grijper (om spullen van de grond op te ruimen) Robot stofzuiger Bij de beoordeling of de inzet van een dienst of een technisch hulpmiddel zoals hierboven beschreven het probleem kan oplossen wordt naar de aanwezigheid en beschikbaarheid van het hulpmiddel gekeken. Normenkader KPMG Voor de inrichting van HO maken we gebruik van de uitkomst van het objectief en onafhankelijk onderzoek zoals dat, voor de gemeenten in regio Rivierenland, is uitgevoerd door KPMG[2], waaruit ook een objectief normenkader is voortgekomen. Bij de normen die KPMG in haar rapport heeft opgenomen is geen rekening gehouden met activiteiten die cliënten dan wel mensen uit hun sociale netwerk uit kunnen voeren. Actuele (juridische) ontwikkelingen, een nieuwe aanbesteding en ervaringen uit de praktijk in combinatie met het onderzoek naar HO door KPMG, hebben ertoe geleid dat de gemeente Buren de volgende regels heeft opgesteld. De normeringen die in deze beleidsregels zijn opgenomen zijn in principe passend voor alle inwoners. HO is ingericht als een maatwerkvoorziening waarbij wordt beschikt op uren. In elke afzonderlijke situatie wordt gekeken voor welk resultaatgebied ondersteuning nodig is. De ondersteuning wordt door de gemeente toegekend op basis van een individueel onderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015, als blijkt dat de specifieke beperkingen, de behoeften en persoonskenmerken van de cliënt hierom vragen. Maatwerk vanuit een individuele benadering staat voorop. De beleidsregels dienen als afwegingskader voor de indicatiestelling HO door medewerkers van het Sociaal Team van de gemeente Buren. Het Sociaal Team indiceert op welk(e) resultaatgebied(en) er ondersteuning noodzakelijk is en stelt een ondersteuningsplan op, waarin opgenomen wordt welke onderdelen cliënt zelf en/of het sociale netwerk kan uitvoeren. In het ondersteuningsplan wordt verwezen naar het KPMG normenkader, welke als bijlage wordt toegevoegd aan het ondersteuningsplan. In de beschikking staat welk(e) resultaatgebied(en) toegekend wordt/worden, en de bijbehorende uren. Door de aanbieder wordt vervolgens in samenspraak met de cliënt bepaald welke werkzaamheden nodig zijn om een schoon en leefbaar huis te behalen. Het normenkader geldt hier als handvat voor. [1] VNG ledenbrief Maatregelen beheersing kosten abonnementstarief, 23 november 2020, VNG ledenbrief. [2] Passend beleid Huishoudelijke ondersteuning regio Rivierenland, KPMG, 03-06-2019 5.4.1.Gebruikelijke hulp (huishoudelijke ondersteuning) . In de Wmo 2015 wordt in artikel 1.1.1 gebruikelijke hulp gedefinieerd als: Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Het gaat dus om de normale, dagelijkse hulp die partners, ouders, inwonende kinderen en/of huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning bewoont. Onder een leefeenheid wordt verstaan: “alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren”. Soms komt het voor dat er door middel van een aanbouw of een extra (mantelzorg)woning op het terrein een samengestelde leefeenheid ontstaat. Om te kunnen bepalen of er sprake is van meer dan één leefeenheid wordt naar de volgende factoren gekeken: De aanbouw/ de woning is zelfstandig bewoonbaar (heeft alle gebruikelijke voorzieningen) Er is sprake van kadastrale splitsing De aanbouw/ de woning heeft een eigen huisnummer De aanbouw/ de woning heeft een eigen toegang Er wordt huur betaald aan de andere partij voor het wonen in de aanbouw/ de extra woning. Eén of een combinatie van deze factoren kan bepalen dat er geen sprake is van één leefeenheid. Als in het onderzoek wordt vastgesteld dat er sprake is van één leefeenheid, moet wel de draagkracht en draaglast van de huisgenoten worden meegenomen in het onderzoek. Als gebruikelijke hulp geleverd wordt door (fulltime) werkenden, wordt met het werk en daarmee samenhangende drukte ten aanzien van huishoudelijke taken geen rekening gehouden. Stofzuigen of de badkamer schoonmaken kan in vrije tijd verricht worden door werkenden in het kader van gebruikelijke hulp. Deze gebruikelijke hulp gaat voor op andere hobbymatige vrijetijdsbestedingen. Als er sprake is van kamerverhuur, wordt de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden gerekend. Van huurders mag niet verwacht worden dat zij de huishoudelijke taken overnemen; er is bijvoorbeeld geen sprake van familiebanden. Er moet wel een huurovereenkomst aanwezig zijn. Als mensen zelfstandig samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen, wordt verondersteld dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimtes bij uitval van een van de leden, wordt overgenomen door de andere leden van de leefeenheid. Het principe van 'gebruikelijke hulp' heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van bijvoorbeeld sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling en de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Voor een gedetailleerde uitwerking van het beleid rondom gebruikelijke hulp, wordt verwezen naar het protocol gebruikelijke hulp welke te vinden is in bijlage 3. 5.4.2 . Eigen kracht (huishoudelijke ondersteuning) Onder eigen kracht wordt verstaan de activiteiten die door de cliënt zelf, al dan niet in combinatie met de inzet van het sociaal netwerk, kunnen. worden uitgevoerd bij het schoon en leefbaar houden van de woning. Deze activiteiten komen niet in aanmerking om te worden overgenomen door middel van een maatwerkvoorziening. In de praktijk kan dit betekenen dat een deel van het huishouden door de cliënt wordt uitgevoerd en voor een ander deel een maatwerkvoorziening wordt ingezet. Ook naar de aanwezigheid en mogelijkheden van o.a. een wasdroger en vaatwasmachine wordt onderzoek gedaan. Een andere vorm van het benutten van de eigen kracht is het verlenen van medewerking aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Bijvoorbeeld de inrichting van de woning door de cliënt. 5.4.3. . Omschrijving Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning is het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten bij zorgvragers die deze niet of niet meer zelf kunnen (regelen). De ondersteuning beperkt zich tot dat wat noodzakelijk is voor de versterking of het behoud van de zelfredzaamheid en participatie. De ondersteuning gaat niet zo ver dat er rekening gehouden kan en moet worden met alle wensen van de cliënt, wat betreft bijvoorbeeld persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe en gewoontes. HO kan worden ingezet als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden. De beperkingen kunnen een gevolg zijn van aandoeningen van somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aard dan wel ten gevolge van een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Ook een psychosociaal probleem kan ten grondslag liggen aan een indicatie HO. In het onderzoek naar de mogelijke inzet van HO wordt gekeken naar wat de betrokkene zelf kan (doen/regelen) en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid wordt onderzocht en gestimuleerd. Er wordt gekeken welke ondersteuning vanuit de gemeente aanvullend noodzakelijk is. Ook wordt van betrokkene verwacht dat deze binnen de eigen mogelijkheden huishoudelijke werkzaamheden blijft doen. Opruimen van de woning is hierbij een belangrijk aandachtspunt zodat het schoonmaken efficiënt kan plaatsvinden. De uitkomsten van dit onderzoek worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. In de beschikking wordt, net als in het ondersteuningsplan, aangegeven welke resultaatgebieden behaald moeten worden. Cliënt en aanbieder maken samen afspraken hoe de invulling van de te bereiken resultaten vorm krijgt. De gemeente onderscheidt zeven resultaatgebieden: Een schoon en leefbaar huis. Beschikken over schone kleding en bedden-en linnengoed. Beschikken over gestreken representatieve kleding. Beschikken over benodigde levensmiddelen. Bereiden van een broodmaaltijd. Bereiden van een warme maaltijd. Organisatie van huishoudelijke taken. Naast deze zeven resultaatgebieden hebben we ook twee overige maatwerkmodules, voor zorg voor de kinderen en voor maatwerk extra tijd. 5.4.4 . De zeven resultaatgebieden Een schoon en leefbaar huis Om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te kunnen behalen kan (gedeeltelijke) overname van schoonmaak activiteiten nodig zijn. Onder leefbaar wordt verstaan een opgeruimde en functionele leefruimte, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Per huishouden worden de volgende ruimtes structureel schoongemaakt: de huiskamer de als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s) de sanitaire ruimte(s) (max. 1 badkamer en 2 toiletten) de keuken de hal met trap als deze aanwezig is Overige en niet in gebruik zijnde ruimte(s) worden niet of incidenteel schoongemaakt. Onder de niet-frequente ruimtes worden die ruimtes in huis verstaan die gebruikt worden door de cliënt, maar niet tot de reguliere ruimtes behoren. Denk bijvoorbeeld aan een hobby- of logeerkamer. Het huis dient zodanig schoon en leefbaar te zijn dat geen vervuiling plaatsvindt en zo een algemeen aanvaardbaar basisniveau van een schoon en leefbaar huis wordt gerealiseerd. Dit betekent niet dat alle woonruimten wekelijks schoongemaakt moeten worden. De aanwezigheid van dieren, uitgezonderd hulphonden, geven geen aanleiding voor het toekennen van aanvullende inzet. Het schoonmaken of schoonhouden van buitenruimtes vallen buiten de reikwijdte van de HO. Het zemen van de ramen aan de buitenkant is hier een voorbeeld van. Het onderhoud van de tuin, het uitlaten van huisdieren en overige activiteiten maken geen onderdeel uit van de HO. Dit geldt ook voor het verrichten van hand- en spandiensten zoals het ophangen van een lamp of het schoonmaken van verzamelingen. In de tabellen 1 tot en met 6 in bijlage 2 worden alle structurele en incidentele schoonmaakactiviteiten weergegeven voor een schoon en leefbaar huis. Ook de uitvoeringsfrequentie is in deze tabellen opgenomen. Aan de hand van de persoonlijke situatie van cliënt wordt bepaald wat daadwerkelijk wordt overgenomen. Beschikken over schone kleding en bedden- en linnengoed Het doel van dit resultaat is dat de persoon beschikt over schone kleding. We spreken hier uitsluitend over de normale dagelijkse kleding inclusief textiel zoals handdoeken en beddengoed. De wasverzorging, zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied, omvat het wassen, het drogen, opvouwen en opbergen/ opruimen van de was. In het KPMG-onderzoek zijn wasdroger, wasmachine en magnetron als voorliggend verondersteld. Het beschikken over een wasmachine is volgens het gemeentelijke beleid algemeen gebruikelijk. In de praktijk wordt er wanneer er sprake is van ondersteuning in de wasverzorging bijna altijd een combinatie gemaakt met het resultaatgebied ‘een schoon en leefbaar huis’. Hiermee wordt bedoeld dat tijdens de looptijd van het wasprogramma, er andere of elders huishoudelijke ondersteuningsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd. In tabel 7 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. Beschikken over gestreken representatieve kleding Er wordt vanuit gegaan dat iedereen kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. Wanneer dit in de individuele situatie niet zo is, kan er vanuit de huishoudelijke ondersteuning worden gestreken. Hierbij wordt alleen de representatieve bovenkleding gestreken. Onderkleding (zoals sokken en ondergoed) en alle vormen van bad-, keuken-, en bedtextiel worden niet gestreken. In tabel 8 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. Beschikken over benodigde levensmiddelen Vanuit de Wmo kan uitsluitend ondersteuning op dit resultaatgebied worden ingezet wanneer iemand niet in staat is om met eigen mogelijkheden (eigen kracht, vrijwilligers en netwerk) en met boodschappenservices te voorzien in de benodigde levensmiddelen. Het betreft hier uitsluitend levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, die dagelijks of wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Grotere inkopen zoals kleding en duurzame gebruiksgoederen vallen hier niet onder. Uitgangspunt is dat de boodschappen geclusterd worden. In tabel 9 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. Bereiden van een broodmaaltijd. Het bereiden van een broodmaaltijd kan onder de huishoudelijke ondersteuning vallen wanneer iemand niet in staat is om hier op eigen kracht of met hulp van het netwerk in te voorzien. Als deze ondersteuning noodzakelijk is dan wordt er van uitgegaan dat eenmaal per dag de broodmaaltijden voor die dag worden klaargemaakt. Bij de beoordeling van de noodzaak dient ook te worden gekeken of cliënt bijvoorbeeld andere voorzieningen heeft die hierin ondersteuning kunnen bieden (denk aan Persoonlijke Verzorging). In tabel 10 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. Bereiden van een warme maaltijd. Gelet op het aanbod van (warme) kant-en-klaar maaltijden is ondersteuning bij dit resultaatgebied in beginsel niet noodzakelijk. Wanneer door individuele situaties de eigen kracht, voorliggende wetgeving en de maaltijdservices niet toereikend zijn, kan het opwarmen van de warme maaltijd onder de huishoudelijke ondersteuning vallen. Bij de beoordeling van de noodzaak dient ook te worden gekeken of cliënt bijvoorbeeld andere voorzieningen heeft die hierin ondersteuning kunnen bieden (denk aan Persoonlijke Verzorging). In tabel 11 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. Organisatie van huishoudelijke taken. Bij dit resultaatgebied wordt de cliënt zo veel mogelijk betrokken bij en gestimuleerd tot de uitvoering van huishoudelijke taken. Het geven van instructie en het aanleren van vaardigheden hoort hier ook bij. Dit is voor een beperkte tijdsduur noodzakelijk; namelijk tot cliënt in staat is om deze werkzaamheden zelf uit te voeren, of wanneer blijkt dat het niet haalbaar is gebleken dat cliënt de taken zelfstandig gaat uitvoeren. Dit kan voor, in eerste instantie, maximaal 3 maanden worden toegekend. Als blijkt dat langer dan 3 maanden nodig is om de regie op de organisatie van de huishoudelijke taken aan te leren, kan dit verlengd worden. Soms is het nodig dat de regie van de organisatie van de huishoudelijke taken volledig wordt overgenomen. Maatwerk staat bij dit resultaatgebied voorop. Het is niet de bedoeling dat het organiseren van huishoudelijke taken, in de zin van het geven van instructies en het aanleren van vaardigheden, structureel overgenomen wordt. Ook is het niet de bedoeling dat reguliere schoonmaaktaken onder dit resultaatgebied komen te vallen en structureel hieronder overgenomen worden. Als blijkt dat het niet haalbaar is dat cliënt de taken zelfstandig gaat uitvoeren, binnen bovengenoemde termijnen, dan is dit resultaatgebied ook niet meer van toepassing. Er is wel sprake van langdurige inzet, dan wel een continu proces, wanneer er regie benodigd is bij het: Opbouwen en onderhouden van de vertrouwensband; Plannen van de structurele en incidentele huishoudelijke taken, incl. een taakverdeling tussen de hulp en cliënt; Afstemmen vanuit HO perspectief met andere professionals voor bredere ondersteuningsvragen van/ voor cliënt. In tabel 12 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. 5.4.5 . De twee maatwerkmodules Factoren die de benodigde tijd kunnen beïnvloeden KPMG heeft normeringen opgesteld die in principe passend zijn voor alle cliënten. Conclusie is dus dat de resultaatgebieden voorzien in passende ondersteuning om tot een schoon en leefbaar huis te komen. Het is onontkoombaar dat er in de praktijk toch in enkele situaties zal blijken dat de resultaatgebieden, inclusief eraan gekoppelde tijd, niet afdoende zijn. Deze module voorziet in die uitzonderingsgevallen, waar door onderstaande beïnvloedbare factoren, vallend onder maatwerk én bij wijze van uitzondering, extra tijd toegevoegd kan worden. In het gemeentelijk beleid is ruimte om voor specifieke situaties van een cliënt een extra tijdsmodule toe te kennen. De volgende invloedsfactoren kunnen maken dat er meer ondersteuningstijd nodig is: Het aantal bewoners, hun aanwezigheid in de woning en hun mobiliteit door de woning. Ernst van de problematiek bij cliënten c.q. de mate waarin cliënten zelf activiteiten kunnen uitvoeren of additionele aandacht vereist is i.v.m. vertrouwensband (GGZ-populatie) Gezondheid van de cliënt: o Bij aandoeningen als astma en longemfyseem kan het zijn dat het huis zoveel mogelijk stofvrij moet zijn. Dit kan door een recent medisch onderzoek worden bevestigd. o Bij aandoeningen zoals incontinentie, ziektes (bv. Chemokuur of Norovirus) en fysieke beperkingen zoals veel knoeien met eten en drinken is soms extra wasverzorging noodzakelijk. Wijze van gebruik van het toilet (o.a. medische redenen). Ernst van de problematiek bij cliënten c.q. de mate waarin zij niet in staat zijn om zelf op te ruimen. Redenen waardoor minder hulp nodig is (bijvoorbeeld een kleine woning of minder hulp nodig dan standaard) Zorg voor jonge kind(eren) binnen het gezin Bij de zorg voor minderjarige kinderen gaat het om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren als beide ouders niet in staat zijn deze te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken en een maaltijd voorbereiden. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat. De zorgbehoefte van gezonde kinderen in relatie tot het huishouden wordt hieronder weergegeven: Leeftijd Zorgbehoefte 0 tot en met 4 jaar • Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen. • Zijn tot 4 jaar niet zindelijk, hebben hulp nodig bij verschonen en eventuele toiletgang. 5 tot en met 11 jaar • Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij aan- en uitkleden en wassen. • Zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeel ook. • Hebben toezicht nodig voor het maken van een broodmaaltijd. Het eten zelf gaat zelfstandig. • Hebben hulp nodig bij het maken van een warme maaltijd. Het eten zelf gaat zelfstandig. 12 tot en met 17 jaar • Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging. • Hebben toezicht nodig bij het maken van een warme maaltijd. Het is de verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers om een oplossing te regelen, op tijden dat zij beide niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg over te nemen. Hierbij wordt verwacht dat er maximaal gezocht wordt naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen. Deze verantwoordelijkheid vervalt niet bij echtscheiding of beëindiging van de relatie. Er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken. Vanuit het Sociaal Team kan ondersteuning worden geboden bij het zoeken naar eigen oplossingen, bijvoorbeeld binnen het netwerk. Het is ook mogelijk om te onderzoeken of er door middel van bijvoorbeeld Buitenschoolse opvang of Sociaal Medische Indicatie (SMI) kinderopvang een oplossing gevonden kan worden. De ondersteuning vanuit de Wmo op dit resultaatgebied is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft vooral een taak in het bijspringen, zodat voor het gezin ruimte ontstaat om zelf een al dan niet tijdelijke oplossing te vinden. In tabel 13 in bijlage 2 worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven. 5.4.6 . Uitvoering (huishoudelijke ondersteuning) De ondersteuningsvraag HO wordt door of namens een cliënt bij het Sociaal Team van gemeente Buren gemeld. De gemeente onderzoekt met de cliënt (of diens vertegenwoordiger) en waar mogelijk met de mantelzorger(s) en desgewenst familie de ondersteuningsbehoefte. De uitkomsten hiervan worden in het ondersteuningsplan vastgelegd. Hierbij worden de volgende zaken in beeld gebracht: De behoeften en persoonskenmerken; Welke beperkingen cliënt ondervindt in het schoon en leefbaar houden van de woning; Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; De eigen mogelijkheden om in de ondersteuningsbehoefte te voorzien of door inzet van: de naaste omgeving (mantelzorg of andere personen uit het sociaal netwerk) gebruikelijke hulp een algemene voorziening De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt. De Verordening, de beleidsregels en het normenkader van KPMG vormen het toetsingskader aan de hand waarvan het Sociaal Team een passende toewijzing vaststelt. Als de inwoner in aanmerking komt voor HO maakt deze een keuze uit de gecontracteerde aanbieders. Een inwoner kan ook kiezen voor een pgb om de HO vorm te geven. De uitkomst van het gesprek wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan, waarin de te behalen resultaatgebieden opgenomen zijn, maar ook welke huishoudelijke activiteiten cliënt zelf en met de naaste omgeving kan uitvoeren. Het normenkader wordt als bijlage van het ondersteuningsplan toegevoegd en aan de cliënt opgestuurd. Er wordt ook een beschikking opgesteld welke naar de cliënt toegestuurd wordt. Naar de desbetreffende aanbieder wordt een iWmo 301-bericht (startbericht) gestuurd. Nadat de aanbieder een iWmo 301-bericht heeft ontvangen, maakt de aanbieder samen met de inwoner binnen tien werkdagen werkafspraken over de uitvoering van de maatwerkvoorziening HO – met inachtneming van het KPMG-normenkader van regio Rivierenland - en legt die werkafspraken vast in het dossier van de cliënt. De gemeente hoeft hier geen documentatie van te ontvangen. Echter moeten deze werkafspraken wel inzichtelijk zijn voor de inwoner, en te allen tijde desgewenst op te vragen zijn door gemeente ter verantwoording. Ondersteuning bij het huishouden door de gemeente neemt de verantwoordelijkheid van de inwoner niet over, maar helpt de inwoner om het huis schoon en leefbaar te houden. Dit kan door het basisresultaatgebied Schoon en leefbaar huis en/of aanvullende resultaatgebieden in te zetten. 5.4.7 . Kwaliteit Om de kwaliteit en cliëntbeleving van de geleverde ondersteuning te onderzoeken, kan de gemeente steekproefsgewijs een controle uitvoeren (telefonisch en/of d.m.v. een huisbezoek). De afspraken die cliënt met aanbieder gemaakt heeft, zijn hierin leidend. Als de reguliere klachtenafhandeling over de kwaliteit van een schoon huis niet toereikend is, dan kan de gemeente een onderzoek instellen door het inzetten van (externe) expertise. De norm ‘schoon’ (Wanneer is een huis schoon? Hoe beoordeel je dat?) Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Schoon betekent dat de “leefvertrekken” schoon moeten zijn volgens de normen zoals opgenomen in het KPMG-normenkader. De woning dient zodanig schoon te zijn dat deze niet vervuilt. Het gaat om een basisniveau van schoon houden; wat minimaal nodig is wordt gedaan. Dit kan betekenen dat de uitvoering niet helemaal hoeft te voldoen aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van een cliënt. Beoordelen of een huis schoon is betekent inzichtelijk krijgen (beoordelen) of en in welke mate sprake is van vervuiling. Van vervuiling is sprake indien in een bepaalde mate stof, vlekken, vingertasten en aanslag aanwezig zijn op de in het huis aanwezige elementen (delen of onderdelen van de inventaris). Sommige elementen moeten periodiek stof- en/of vlekvrij worden gemaakt. Er zijn ook elementen waarbij enige lichte verontreiniging niet als onhygiënisch wordt gezien en daarom aanwezig mag zijn. Zo dient een toilet stof- en/of vlekvrij te zijn, maar mag er op een kapstok een lichte mate van stof aanwezig zijn. Beoordelen of een element schoon of vuil is, is een momentopname. Dat geldt ook voor het schoonmaken zelf: hetgeen vandaag wordt schoongemaakt blijft niet schoon. Dit betekent dat de beoordelaar een woning beoordeelt met inachtneming van het gegeven dat dagelijks vuil een gegeven is en onderscheiden moet worden van cumulatief vuil (ophoping van dagelijks vuil). Overigens kunnen zich individuele situaties voordoen waarin hervervuiling zeer beperkt aanwezig kan zijn vanwege specifieke medische problematiek van een cliënt. De beoordelaar kan op basis van de afspraken die, tussen cliënt en aanbieder, zijn gemaakt over de uitvoering van de activiteiten beoordelen of de aanbieder zich aan de afgesproken frequentie van schoonmaken houdt. De beoordelaar zal, indien dat niet het geval is en er dus een mate van hervervuiling aanwezig is die niet toelaatbaar is gelet op afgesproken frequentie, dit bespreekbaar maken. De beoordelaar kan een aanbieder alleen aanspreken op het niet realiseren van de beschreven resultaatgebieden. 5.4.8 . Wijziging in de indicatie Wanneer een indicatie betrekking heeft op een echtpaar en de partner van degene aan wie de indicatie is toegekend overlijdt, dan wordt de HO-indicatie binnen maximaal 6 weken administratief omgezet op naam van de partner. Indien blijkt dat zich een nieuwe situatie voordoet binnen een huishouden, dan kan dit invloed hebben op de indicatie van HO. Er is dan tijd nodig om onderzoek te doen naar de gewijzigde situatie. Bij opname in een instelling of ziekenhuis, waarbij sprake is van een achterblijvende partner die eveneens HO nodig heeft, wordt de indicatie voortgezet, totdat er op naam van de partner een nieuwe indicatie HO is afgegeven. Bij wijzigingen in de persoonlijke- of gezinssituatie beoordeelt een consulent van de gemeente of dit gevolgen heeft voor de HO. Als dit nodig is wordt het besluit HO aan de gewijzigde situatie aangepast. 5.4.9 . Beëindiging van de indicatie Als een cliënt wordt opgenomen in een instelling of zorg thuis krijgt op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), dan wordt op de ingangsdatum toewijzing Wlz de indicatie HO beëindigd. De Wlz is verantwoordelijk voor de overbruggingsperiode. Bij een verhuizing naar buiten de gemeente stopt de indicatie HO op de dag van de verhuizing. Bij een verhuizing binnen de gemeente wordt door de gemeente beoordeeld of de indicatie gehandhaafd kan blijven. 5.4.10 . Duur van de indicatie Wanneer er sprake is van een situatie waarin verwacht wordt dat er langdurig HO wordt ingezet is de maximale indicatieduur 5 jaar. Hiervan is sprake wanneer er door de aard van de beperkingen geen of weinig verbetering in functioneren wordt verwacht. Tijdens het gesprek met de inwoner worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Zijn er algemene of voorliggende voorzieningen aanwezig die tot het gewenste resultaat kunnen leiden? Of kan de inwoner op eigen kracht, of met behulp van de mensen om hem heen zorgen voor de kinderen? 5.4.11 . Persoonsgebonden budget Huishoudelijke Ondersteuning In het gesprek met inwoner wordt een indicatie gesteld voor een maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning. Bij de keuze van inwoner voor HO in de vorm van een Persoonsgebonden budget (pgb) worden in het ondersteuningsplan de activiteiten beschreven welke inwoner of zijn sociale netwerk zelf kan uitvoeren en welke activiteiten ondersteuning behoeven. Op basis van dit ondersteuningsplan wordt door de gemeente het aantal uren en minuten HO bepaald op basis van het normenkader KPMG.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel