Naast het gezond opgroeien in een veilige omgeving beoogt de Jeugdwet door de inzet van jeugdhulp jeugdigen te laten groeien naar zelfstandigheid, zelfredzaam te laten zijn en maatschappelijk te laten participeren.
Het gaat om individuele voorzieningen Jeugdhulp die gericht zijn op het versterken van de ontwikkelkansen van jeugdigen op dit gebied binnen de eigen mogelijkheden. Denk aan de individuele voorzieningen ’Begeleiding’ en ‘Behandeling’. Deze paragraaf bevat beleidsregels voor (een aantal vormen van) deze individuele voorzieningen Jeugdhulp. Van sommige hulpvormen (bijvoorbeeld paardentherapie, autismegeleidehonden en behandeling van misofonie) is het effect nog niet voldoende wetenschappelijk onderzocht en erkend. Het Sociaal Team kan weigeren een vorm van hulp als individuele voorziening Jeugdhulp in te zetten als er twijfels zijn over het resultaat dat daarmee kan worden bereikt (ECLI:NL:CRVB:2018:2785).
** 6.2.1 .** Begeleiding
Begeleiding is er voor jeugdigen onder de 18 jaar die niet of onvoldoende zelfredzaam zijn. Bij zelfredzaamheid moet gedacht worden aan het vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen uitvoeren, zoals wassen, aankleden en koken. Maar het kan ook gaan om 'psychosociale zelfredzaamheid': het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis, op school, bij het winkelen, vrijetijdsbesteding, in relatie met vrienden, collega’s enz. De zorg is gericht op behoud, bevorderen of compenseren van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met matige tot zware beperkingen. Het gaat om:
Jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking
Jeugdigen met een zintuiglijke beperking (zoals doof- of blindheid)
Jeugdigen met een lichamelijke beperking
Jeugdigen met somatische problematiek (zoals een chronische ziekte)
Jeugdigen met psychiatrische problematiek (diagnose op basis van DSM-V)
Jeugdigen met sociaal-emotionele problematiek
Jeugdigen met gedragsproblematiek (niet gediagnosticeerd)
Het meer zelfstandig worden, wordt met begeleiding aangeleerd door te oefenen met bepaalde vaardigheden zoals wassen, koken of aankleden. Maar ook met het aanbrengen van structuur, dat ook bijdraagt aan maatschappelijke participatie. Denk aan hulp bij het plannen van activiteiten, besluiten nemen, regelen van dagelijkse zaken en structureren van de dag. Ook praktische ondersteuning is mogelijk, bijvoorbeeld het aanreiken van zaken aan een rolstoel gebonden persoon.
De individuele voorziening Begeleiding kan ook worden toegekend ten behoeve van een ouder. Dit wordt opvoedondersteuning of opvoedhulp genoemd. Zie hiervoor ook paragraaf 6.3.1 van deze Beleidsregels.
Begeleidingsniveaus
Binnen de individuele voorziening Begeleiding worden drie niveaus onderscheiden: licht, midden en zwaar. In onderstaand overzicht dat bedoeld is als richtlijn, staat voor elk niveau een korte beschrijving en wat voorbeelden. Het gaat hierbij zowel om individuele als om groepsbegeleiding.
Begeleiding is een flexibele vorm van jeugdhulp die gericht is op het oplossen van problemen, het leren van vaardigheden, het optimaal leren benutten van de eigen mogelijkheden en het voorkomen van achteruitgang. Het gaat om het kunnen meedoen in de samenleving, mensen kunnen ontmoeten, naar school gaan of een andere zinvolle dagbesteding krijgen/behouden.
Voor begeleiding is geen diagnose vereist, maar wel een beschikking of verwijzing op grond van de Jeugdwet.
Begeleiding individueel versus begeleiding groep
Er wordt gekozen voor begeleiding individueel als wordt ingeschat dat de gestelde doelen het beste behaald kunnen worden door de inzet van individuele (systeemgerichte) begeleidingsmethodieken. Daarbij kan de aanbieder in samenspraak met de jeugdige en de ouders/verzorgers de begeleiding in de thuissituatie aanbieden waarmee een positief effect beoogd wordt op de ontwikkeling van de jeugdige, zijn gezin en zijn omgeving.
Er wordt voor begeleiding groep gekozen als wordt ingeschat dat in een groep beter de gestelde doelen kan/kunnen worden behaald. De sociale interactie in een groep; leren van elkaar en ook steun ervaren en tips krijgen van lotgenoten wordt in de groepsbegeleiding als instrument gebruikt. Daarnaast wordt er door professionals een specifiek pedagogisch klimaat geboden, dat de ontwikkeling van de jeugdigen stimuleert.
Zowel begeleiding individueel als groep wordt gezamenlijk beschreven onder Begeleiding Basis en Begeleiding Specialistisch.
Wat valt niet onder Begeleiding:
Begeleiding kan in eerste instantie vaak worden ingezet vanuit de vrij toegankelijke jeugdhulp in het voorliggende veld van de lokale gemeente. Dit betreft de lokale basiszorg en de integrale aanpak en casusregie op alle levensdomeinen (integraal). In de lokale basiszorg voor jeugdigen en gezinnen werken onder meer: de jeugd- en gezinswerkers van de gebiedsteams, het schoolmaatschappelijk werk, de jeugdgezondheidszorg, de jongerenwerkers, de huisartsen en praktijkondersteuners Jeugd en vrijwilligers (b.v. Home-Start van Humanitas). Als de lokale vrij toegankelijke basiszorg niet zelf jeugdige/het gezin kan helpen en er meer specialistische en intensievere hulp nodig is, dan wordt verwezen naar aanvullende zorg (maatwerkdiensten Jeugd).
Begeleiding ter ontlasting van ouders: begeleiding kan nooit ingezet worden slechts ter ontlasting van de ouders. De doelstellingen voor de jeugdigen zijn leidend. Anders kan er bijvoorbeeld ook kinderopvang (denk aan de regeling kinderopvang Sociaal Medische Indicatie SMI) ingezet worden.
Onderwijsgerelateerde ondersteuning, zoals vanuit Passend Onderwijs, huiswerkbegeleiding, remedial teaching en begeleiding bij dyscalculie, valt niet onder de Jeugdwet.
Bepalen van het begeleidingsniveau
Op basis van de ondersteuningsvraag en beoogde doelen kent het Sociaal Team de individuele voorziening Begeleiding toe en bepaalt daarbij ook welk begeleidingsniveau passend is. Indien dit nodig wordt gevonden, wint het Sociaal Team hiervoor advies in bij de jeugdhulpaanbieder. Vervolgens stelt de jeugdhulpaanbieder vanuit het plan van aanpak dat door het Sociaal Team is opgesteld samen met de inwoner vast hoe de begeleiding er in activiteiten uit gaat zien en welke doelen moeten worden gehaald.
Bij een eventuele aanvraag voor een verlenging van een indicatie wordt het plan van aanpak geëvalueerd en wordt beoordeeld in hoeverre de doelen behaald zijn (waarom wel/niet). Indien bij de evaluatie blijkt dat de inwoner en jeugdhulpaanbieder, verwijtbaar, niet werken aan de gestelde doelen, dan heeft het Sociaal Team de mogelijkheid om de inwoner te verwijzen naar een andere jeugdhulpaanbieder, dan wel de individuele voorziening in te trekken.
Jeugdhulpaanbieder is het niet eens met (de omvang van) de indicatie
Indien de jeugdhulpaanbieder van mening is dat het door het Sociaal Team geïndiceerde begeleidingsniveau of de omvang in uren niet toereikend is, dan dient de aanbieder in het ondersteuningsplan dat zij samen met de inwoner opstelt, te beschrijven wat de benodigde begeleiding is, hoe deze vormgegeven gaat worden, waarin en waarom deze afwijkt van hetgeen geïndiceerd is. Het Sociaal Team gaat na of zij op basis van de onderbouwing van de jeugdhulpaanbieder haar eerder genomen besluit herziet. Uitgangspunt is dat de jeugdhulpaanbieder zoveel mogelijk het opgestelde ondersteuningsplan van het Sociaal Team samen met de inwoner als uitgangspunt neemt.
Vormen van begeleiding
Begeleiding kan zoals eerder beschreven individueel of in groepsverband aan de jeugdige worden geboden. Gekeken wordt welke vorm het best passend is om de gestelde doelen te realiseren. Begeleiding is vaak onderdeel van een samenhangend pakket van zorgverlening. Het kan zowel bij verblijf van de jeugdige in een instelling geboden worden als thuis ter voorkoming van uithuisplaatsing. Verder kan voor bepaalde jeugdigen vanwege hun problematiek specifieke begeleiding nodig zijn. Hiervoor gelden de volgende criteria:
De inzet van deze specifieke begeleiding moet nodig zijn in verband met de beperking van de jeugdige én bijdragen aan zijn zelfstandigheid, zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie. Voorbeelden kunnen zijn BSO+ of begeleiding thuis bij problemen in het gezin.
Bij de toekenning van specifieke begeleiding kan sprake zijn van algemeen gebruikelijke kosten. Dit zijn kosten die ook een persoon zonder beperking heeft aan bijvoorbeeld onderwijs, sporten, het volgen van zwemles of opvang (zie ook paragraaf 3.5). Denk aan contributie, lesgeld, kosten van opvang etc. Ouders met een inkomen onder het sociaal minimum kunnen hiervoor mogelijk gebruik maken van het minimabeleid of een beroep doen op bijzondere bijstand als respectievelijk algemene of andere voorziening.
Onderwijszorgarrangementen
Een OZA is een integrale samenwerking tussen onderwijs en gemeente waarin naast ondersteuning vanuit het onderwijs (Passend Onderwijs) door de gemeente Begeleiding als individuele voorziening Jeugdhulp wordt ingezet. Deze arrangementen zijn er zowel in het regulier als het speciaal onderwijs en kunnen rondom een individueel kind, maar ook voor groepen kinderen worden georganiseerd.
De integrale samenwerking tussen onderwijs en gemeente en de gezamenlijke financiering vanuit passend onderwijs en jeugdhulpbudget, zijn de kerncomponenten van een OZA. Indien er geen sprake is van een gezamenlijke samenwerking én gezamenlijke financiering, betreft het geen OZA.
Het Sociaal Team en het onderwijs bekijken steeds per situatie (en bij individuele arrangementen in nauwe afstemming met ouders) hoe het OZA het beste vorm kan worden gegeven. Het Sociaal Team en het onderwijs maken daarbij afspraken over de benodigde inzet vanuit passend onderwijs en jeugdhulp, de beoogde doelen, monitoring en wie de regie voert. Het gaat immers om maatwerk. Hierbij wordt aangesloten bij regionale afspraken tussen gemeenten en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Welk deel van de ondersteuning in een OZA voor rekening van het onderwijs komt en welk deel voor de gemeente, wordt in goed overleg (niet in het bijzijn van de jeugdige en/of zijn ouders) bepaald.
De gemeente werkt in regionaal verband samen met de volgende samenwerkingsverbanden passend onderwijs:
Samenwerkingsverband
Website
Ondersteuningsplan
Samenwerkingsverband Betuws Primair Passend Onderwijs, BePO (basisscholen)
Samenwerkingsverband Betuws Primair Passend Onderwijs (swvbepo.nl)
Reformatorische scholen
Berseba
Ondersteuningsplan - Berseba
Samenwerkingsverband VO Rivierenland (voortgezet onderwijs)
SWV Rivierenland
Ondersteuningsplan 2022-2026 - SWV Rivierenland
** 6.2.2 .** Vormen van behandeling Jeugd-GGZ
Het Sociaal Team werkt nauw samen met huisartsenpraktijken via de praktijkondersteuner Jeugd (POH-jeugd). De POH-jeugd is laagdrempelig en behandelt lichte hulpvragen van kinderen, jeugdigen en ouders. De POH-jeugd zorgt voor een goede afstemming tussen de huisartsen en het Sociaal Team en voorkomt in veel gevallen een (onnodige) doorverwijzing naar duurdere, specialistische zorg.
Behandelingen in de jeugd-ggz vinden bij voorkeur ambulant plaats. Dat betekent dat de behandeling thuis of op locatie wordt gegeven, bijvoorbeeld op een school. Indien de problematiek daarom vraagt, vindt behandeling plaats in een kliniek of instelling. Dit kan door de jeugdige enkele dagdelen een behandeling te laten volgen of door de jeugdige voor bepaalde tijd op te nemen in een ggz-instelling (kinder- of jeugdpsychiatrische kliniek). Er wordt altijd gekeken wat voor de jeugdige de beste behandelplek is, waarbij ambulante behandeling indien mogelijk de voorkeur heeft boven opname in een instelling.
Jeugdigen met lichtere problematiek kunnen cursussen volgen om verergering van de problematiek te voorkomen. Steeds vaker gebeurt dit door online interventies, zoals via chat, beeldbellen en online behandelmodules. Vroege interventies hebben vaak een groot effect op de latere kwaliteit van leven. Ze kunnen leiden tot minder schooluitval, betere arbeidsparticipatie en minder behoefte aan zorg.
Vormen van hulp aan jeugdigen die niet onder de Jeugdwet vallen
Psychische hulp en ondersteuning die door huisartsen of door een praktijkondersteuner GGZ (POH Jeugd GGZ) wordt verleend aan kinderen tot 18 jaar valt niet onder de Jeugdwet. Hetzelfde geldt voor de extramurale verstrekking van psychofarmaca (het organiseren van het gebruik van de medicijnen tegen psychische stoornis niet verstrekt door een instelling). Deze vormen van ondersteuning vallen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Jeugdgezondheidszorg maakt ook geen onderdeel uit van de Jeugdwet. Het wordt namelijk geboden op grond van de Wet publieke gezondheid. Ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen met een verstandelijke beperking is tot slot ook geen Behandeling Jeugd-ggz. Dit betreft de individuele voorziening Begeleiding die is uitgewerkt in paragraaf 6.3.1.
** 6.2.3 .** Behandeling - Dyslexiezorg (ED) en dyscalculie
Het stellen van een diagnose en laten behandelen van Ernstige Dyslexie (Dyslexiezorg) oftewel ED kan ook als individuele voorziening Behandeling worden toegekend.
Dyslexiezorg wordt vanuit de Jeugdwet alleen vergoed aan kinderen in de leeftijd tussen 7 en 12 jaar die basisonderwijs volgen, en is gericht op taal- en leesproblematiek. Bij dyscalculie is er sprake van problemen bij het rekenen. Dyscalculie valt daarom niet onder Dyslexiezorg. In sommige gevallen vergoedt het onderwijs de kosten van het laten stellen van een diagnose en/of laten behandelen van dyscalculie of kan hiervoor aanspraak gemaakt worden op een aanvullende zorgverzekering.
De vijf gemeenten Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel en West Betuwe en de twee samenwerkingsverbanden passend onderwijs in dit gebied (BePO en Berseba) hebben de krachten gebundeld en de uitvoering van de vergoede dyslexiezorg georganiseerd in het Bureau Dyslexiezorg. Het loket voert de regie over het aanvragen en behandelen van vergoede dyslexiezorg in de vijf gemeenten. Meer informatie staat op de website van BePO: Bureau dyslexie.
** 6.2.4 .** Behandeling - Vaktherapie
Vaktherapie is een overkoepelende naam voor onder andere beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie en speltherapie. Bij deze vormen van therapie wordt praten ingeruild door doen en ervaren. Dit kan bijvoorbeeld via een rollenspel, muziek, dans, sport, spelen, tekenen, houtbewerking etc.
Vaktherapie kan als individuele voorziening jeugdhulp worden toegekend wanneer de ondersteuningsvraag naar het oordeel van het Sociaal Team niet geheel of gedeeltelijk op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen kan worden opgelost, een individuele voorziening Jeugdhulp nodig is én de betreffende vorm van vaktherapie als goedkoopst passende individuele voorziening wordt aangemerkt. In Buren worden alleen de vormen psychomotorische therapie en speltherapie beschikbaar gesteld.
Vaktherapie (psychomotorische therapie en speltherapie) wordt eerst via de aanvullende zorgverzekering ingezet en bekostigd. Alleen als de zorgverzekeraar de vaktherapie niet vergoed en het Sociaal Team van oordeel is dat de ondersteuningsvraag niet geheel of gedeeltelijk op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen kan worden opgelost, een individuele voorziening Jeugdhulp nodig is én de betreffende vorm van vaktherapie als goedkoopst passende individuele voorziening wordt aangemerkt, dan wordt deze vorm van jeugdhulp door het Sociaal Team geïndiceerd. De toekenning bedraagt ten hoogste 10 behandelingen en voor speltherapie ten hoogste 20 behandelingen (inclusief een evaluatie na 10 sessies met het Sociaal Team, behandelaar en de inwoner).
Alleen wanneer het resultaat na inzet van vaktherapie vanuit de zorgverzekeringswet onvoldoende is en verwacht kan worden dat verlenging van het traject passend is om het resultaat te behalen kan een aanvraag worden gedaan bij het Sociaal Team. Na beoordeling of het vervolg bij deze therapeut passend is en check of deze therapeut gecontracteerd is en voldoet aan de kwaliteitseisen kan het Sociaal Team besluiten een indicatie af te geven.
Als vaktherapie zonder enige betrokkenheid en besluit van de gemeente is gestart, kunnen kosten niet met terugwerkende kracht vanuit de jeugdwet worden vergoed. Wel geldt dat er vanaf het moment dat een aanvraag bij het Sociaal Team wordt ingediend, dit als individuele voorziening kan worden ingezet. Dit als naar oordeel van het Sociaal Team het gaat om een noodzakelijke en passende individuele voorziening.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Ontwikkelkansen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdwet gemeente Buren 2023