Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet

Onderdeel van Beleidsregels Inburgering 2023 Opmeer

1.. Wanneer een inburgeraar die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, legt het RIT bij voorkeur een boete op grond van de Wet inburgering op. In dat geval wordt de bijstandsuitkering voor dezelfde gedraging niet verlaagd. 2.. Wanneer een inburgeraar een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de afstemmingsverordening WerkSaam Westfriesland. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de MAP. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering op. 3.. Bij de keuze tussen enerzijds handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en anderzijds handhaving op grond van de Wet inburgering via een boete weegt het RIT af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeraar, naar zijn oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. 4.. In de beschikking aan de inburgeraar vermeldt het RIT of er een boete op grond van de Wet inburgering wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.

Rechtspraak bij dit artikel