**1..** De inkomstenvrijlating is alleen van toepassing op inkomsten uit arbeid die na de ingangsdatum van de bijstand zijn aangevangen.
**2..** De inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 1 van deze beleidsregels, gaat in op de eerste dag van de maand waaraan de inkomsten moeten worden toegerekend.
**3..** Als inkomsten uit arbeid worden mede aangemerkt:
doorbetaling van loon door de werkgever tijdens ziekte;
een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg of de Ziektewet in verband met ziekte als gevolg van zwangerschap en bevalling; of
inkomen uit arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep indien het aantal uren dat in dat bedrijf of beroep wordt gewerkt minder bedraagt dan 1225 uur op jaarbasis (Parttime ondernemen).
**4..** Voor de periode van inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 1 onder a is niet vereist dat het een aaneengesloten periode betreft.
**5..** Het college stelt het recht op een inkomstenvrijlating ambtshalve of, wanneer dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag vast. Bij parttime ondernemen kan het college achteraf de inkomstenvrijlating toepassen.
**6..** Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens een belanghebbende voor de vaststelling van het recht op een inkomstenvrijlating moet verstrekken, alsmede de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken.
**7..** Bij beëindiging van de uitkering wegens werkaanvaarding en indien belanghebbende nog niet de inkomstenvrijlating heeft gehad bekijkt het college of belanghebbende nog recht heeft op (aanvullende) uitkering door toepassing inkomstenvrijlating.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 3.
Vaststelling recht
Onderdeel van Beleidsregels inkomstenvrijlating Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heerenveen 2023