Onverminderd de artikelen 6:1 en 6:2 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
de subsidieontvanger monitort de effectiviteit van de activiteit en meet de ervaring van de jeugdigen, ouders of opvoeders na afloop van de activiteit en deelt de resultaten hiervan met de gemeente;
de subsidieontvanger identificeert de werkzame elementen van de activiteiten die (mogelijk) toepasbaar zijn voor meer jeugdigen, ouders of opvoeders en deelt de resultaten hiervan met de gemeente;
de vrijwilligers, die jeugdigen of ouders in kwetsbare posities begeleiden, beschikken over een verklaring omtrent gedrag (VOG);
de activiteit wordt uitgevoerd door medewerkers die beschikken over de benodigde kwalificaties om jeugdigen, ouders of opvoeders in kwetsbare posities te ondersteunen.