Naar hoofdinhoud

Artikel 30.

Drempelbedrag voor vervoer naar basisscholen

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Vijfheerenlanden 2023

1.. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt voor de gevallen als bedoeld in artikel 19, lid 1 (openbaar vervoer), artikel 20, lid 1 (aangepast vervoer), artikel 22, lid 1 (eigen vervoer) en artikel 23, lid 1 sub b. (vervoersvoorziening hoogbegaafdheid) van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 28.800,- wordt slechts bekostiging van vervoerskosten verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 4, lid 1, bepaalde afstand van 6 kilometer te boven gaan. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, of in geval van vergoeding van kosten voor openbaar vervoer, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 4, lid 1 bepaalde afstand van 6 kilometer, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 28.800-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.. De kosten voor openbaar vervoer, bedoeld in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 4, lid 1 bepaalde afstand van 6 kilometer redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 4.. Het inkomensbedrag van € 28.800,- genoemd in het eerste en tweede lid wordt met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 28.800,-. 5.. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op leerlingen die vanwege hun structurele lichamelijke, psychische, verstandelijke of zintuiglijke handicap op vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 20, lid 1 zijn aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel