Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: aangepast vervoer: vervoer per besloten bus, schoolbus, taxi, taxibus, of touringcar; afstand: afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde toegankelijke school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg, berekend met behulp van een door het college vastgesteld routeplanningsprogramma; begeleider: ouder of persoon die door de ouder(s) wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; deskundige: (onafhankelijk) medisch of pedagogisch deskundige, deskundige van de school of de in het OOGO aangewezen onafhankelijk deskundige; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets/scooter, fiets of andersoortig vervoermiddel; gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel; commissie van begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra; OOGO: het op overeenstemming gericht overleg tussen de samenwerkingsverbanden en de gemeenten binnen de samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47 van de wet voorgezet onderwijs; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto; ouder(s): ouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling; reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en het aankomen bij de school, berekend met behulp van een door het college vastgesteld routeplanningsprogramma; samenwerkingsverband: voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de wet voortgezet onderwijs; school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de wet voortgezet onderwijs; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen wegens zijn structurele handicap dan wel de school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting; toelaatbaarheidsverklaring: een verklaring van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18.a van de Wet op het primair onderwijs; tussenvoorziening: een aan een school voor primair onderwijs gelijkgestelde voorziening, waarop een leerling met een toelaatbaarheidsverklaring tijdelijk onderwijs volgt in afwachting van plaatsing op een school voor speciaal onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, waarbij de leerling op de verwijzende basisschool blijft ingeschreven; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: plan waarin wordt vastgelegd welke mogelijkheden er zijn om de leerling zelfstandig te laten reizen, wat hiervoor nodig is, welke periode hiervoor gepland wordt, wat de ouders hierin kunnen betekenen en waar het college ondersteunt. vervoersvoorziening: bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zonodig diens begeleider; aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel