In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als:
naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarin al op andere wijze wordt voorzien of waarvoor financiering op grond van een andere regeling is voorgeschreven of mogelijk is;
de activiteiten naar het oordeel van het college te grote risico’s met zich mee brengen voor de ontwikkeling, gelijke behandeling, gezondheid of veiligheid van deelnemers of andere betrokkenen;
de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling en/of niet in overeenstemming zijn met gemeentelijk beleid;
de activiteiten naar het oordeel van het college niet passen binnen de subsidiabele activiteiten zoals in deze regeling omschreven;
de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende aansluiten bij de gebiedsgerichte opgave(n) sociale basis en de collegeprioriteiten binnen die opgave;
voor uitvoering van de activiteiten een hoger bedrag of meer uren inzet wordt gerekend dan door het college redelijk wordt geacht;
de aanvrager naar het oordeel van het college niet of onvoldoende beschikt over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners rondom de brede sociale opgave;
naar het oordeel van het college in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet;
de activiteiten naar de oordeel van het college onvoldoende blijk geven van gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en onvoldoende blijk geven van cultuursensitiviteit;
de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.7
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling sociale basis Amsterdam 2024