In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan.
Handelshoeveelheid: voor de uitleg van ‘handelshoeveelheid’ wordt aansluiting gezocht bij het daartoe gestelde in de Aanwijzing Opiumwet en, in het geval van lachgas, de nota van toelichting op het verbod.
Harddrugs: alle middelen die vermeld staan op lijst I behorend bij de Opiumwet.
Lokalen en daarbij behorende erven: alle al dan niet voor publiek opengestelde lokalen en daarbij behorende erven, zoals een winkel, café, een hotel, cafetaria, discotheek, sportkantine, kiët, clubgebouw, loods of bedrijfsruimte.
Sluiting: een sluiting met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet. Deze houdt in dat de woning/het lokaal wordt gesloten voor de desbetreffende periode. Dit betekent dat niemand meer in de woning/het lokaal aanwezig mag zijn en/of worden toegelaten en dat eventuele bewoners al dan niet tijdelijk moeten verhuizen. Ook de eigenaar kan gedurende de sluiting niet over zijn eigendom beschikken. De kosten van toepassing van de bestuursdwang worden op basis van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op de overtreder(s) verhaald.
Softdrugs: alle middelen die vermeld staan op lijst II behorend bij de Opiumwet.
Voorbereidingshandelingen: handelingen zoals bedoeld in art. 10a en art. 11a Opiumwet.
Woning: een woning is een pand, inclusief het daarbij behorend erf, dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan het wonen.