Het aanlijn- en/of muilkorfgebod geldt zolang de hond in leven is.
Op schriftelijk verzoek van de eigenaar of houder van de hond kan de opgelegde sanctie worden opgeheven, wanneer de eigenaar of houder van de hond door middel van een gedragstest als bedoeld in artikel 6 aannemelijk heeft gemaakt dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.