De subsidieaanvraag voor buitengewoon herstel van niet monumentale kerkgebouwen moet uiterlijk 13 weken voorafgaande aan het jaar waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd, worden ingediend.
De aanvraag, zoals bedoeld in het eerste lid, dient vergezeld te gaan van:
een bouwkundig inspectierapport met een beschrijving van de technische staat van het kerkgebouw, waarin de gebreken van het kerkgebouw nauwkeurig staan vermeld;
een toelichting omtrent de oorzaken van de gebreken;
een op het onder a bedoelde inspectierapport gebaseerd bestek of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen en afwerkingen, alsmede de wijze van verwerking daarvan;
een begroting van de kosten, gespecificeerd in hoeveelheden, uren en materialen;
ter vaststelling van de subsidiabele kosten van de herstelwerkzaamheden kunnen burgemeester en wethouders aan de aanvrager verzoeken nadere gegevens te overleggen, zoals bouwkundige tekeningen van de bestaande toestand en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden staan aangegeven.
In afwijking van het eerste lid beslissen burgemeester en wethouders, indien voor het buitengewoon herstel van het niet monumentaal kerkgebouw tevens een aanvraag is of wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten van Limburg, binnen een termijn van 4 weken nadat het besluit tot vaststelling van de subsidiabele kosten voor buitengewoon herstel door Gedeputeerde Staten van Limburg aan burgemeester en wethouders bekend is gemaakt.
De beslissing van burgemeester en wethouders houdt in de vaststelling van de subsidiabele kosten voor buitengewoon herstel en de toezegging van het subsidie.
Paragraaf
Artikel 7
Specifieke bepaling en omtrent de subsidieaanvraag en beslissing voor buitengewoon herstel van niet-monumentale kerkgebouwen
Onderdeel van Subsidieverordening Instandhouding van Kerkgebouwen Meerssen 2000