De gemeenten hanteren bij:
het toelaten van nieuwe (zeer/beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving van aanwezige activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, en
het toelaten of uitbreiden van (nieuwe) activiteiten met externe veiligheidsrisico's, de onderstaande gebiedsgerichte ambities en beoordelingsprincipes.
Ambitie 10
Binnen een brand- of explosieaandachtsgebied9Dit geldt ook binnen 80 meter van een EV-relevante transportroute. geldt een maatwerk aanpak. Dit betekent dat maatregelen (van licht tot zwaar) worden overwogen en toegepast ter bescherming van personen in gebouwen en op locaties, waarbij de kans op relevante scenario's en de hoogte van het risico wordt meegewogen. Bij het ontwerpen van gebouwen, het inrichten van de omgeving en/of het toelaten van (nieuwe of uitbreiding van bestaande) activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelden de volgende opeenvolgende principes, die elkaar opvolgen als treden van een ladder:
Participatie en communicatie (over risico’s) vanaf de initiatieffase tot en met de gebruiksfase
Initiatiefnemer geeft vorm aan een participatieproces waarbij belanghebbenden zoals omwonenden, de ODR en de VRGZ vroegtijdig worden geïnformeerd over het initiatief, de EV-risico’s en mogelijke maatregelen. De belangen en visie van de belanghebbenden worden in de uitwerking van het initiatief meegenomen.
Voorkom of beperk de risico’s:
Onderzocht wordt in hoeverre zinvolle bronmaatregelen ter voorkoming of beperking van het risico kunnen worden getroffen. Als deze mogelijk en haalbaar zijn, worden deze maatregelen getroffen.
Houd afstand tot de risicobron:
Ter bescherming van personen in een (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouw of locatie binnen een brand- of explosieaandachtsgebied wordt onderzocht in hoeverre de afstand tot de risicobron kan worden vergroot. Het aanhouden van een relatief grote afstand is vooral van belang voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen, locaties met veel personen en woongebieden. Als zinvolle maatregelen mogelijk en haalbaar zijn, worden deze getroffen.
Beperk de (toename) omvang en dichtheid van de bevolking:
Onderzocht wordt in hoeverre zinvolle maatregelen kunnen worden getroffen om het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in (zeer) kwetsbare gebouwen of locaties kunnen worden beperkt. Indien zinvolle maatregelen mogelijk en haalbaar zijn, worden deze getroffen. Als het groepsrisico verwaarloosbaar is, is onderzoek naar maatregelen niet zinvol.
Ontwerp bouwwerken en omgeving die bescherming bieden en snel te verlaten zijn:
Ter bescherming van personen in (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties binnen een brand- of explosieaandachtsgebied wordt onderzocht in hoeverre zinvolle omgevingsmaatregelen (zoals een grindbed, greppel of aarden wal) kunnen worden getroffen. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre gebouwen en omgeving voldoende mogelijkheden bieden om te schuilen en/of deze veilig te ontvluchten. Indien zinvolle maatregelen mogelijk en haalbaar zijn, worden deze getroffen. Binnen nader te bepalen zones of contouren binnen de aandachtsgebieden, bijvoorbeeld de 100% letaalzones van een fakkelbrand bij breuk van een aardgasleiding, is van groot belang dat een nieuw zeer kwetsbaar gebouw zodanig wordt uitgevoerd dat er geen slachtoffers binnenshuis kunnen vallen.
De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk:
Ter bescherming van personen in (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties binnen een brand- en aandachtsgebied, wordt onderzocht in hoeverre de fysieke leefomgeving zodanig is ingericht dat deze bijdraagt aan snelle en effectieve hulpverlening. Hulpverleners kunnen bijvoorbeeld sneller optreden wanneer bereikbaarheid en aanrijdroutes van gebieden, bouwwerken, bedrijven en evenemententerreinen doordacht zijn. Adequate voorzieningen voor bluswater zorgen voor een snelle en effectieve bestrijding van incidenten waardoor de gevolgen van incidenten beperkt worden.
Toepassen aanvullende bouwkundige maatregelen (via aanwijzing voorschriftengebied):
Binnen brand- en/of explosievoorschriftengebieden gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw als aanvulling op andere (omgeving)maatregelen die voor het gehele brand- en/of aandachtsgebied gelden. Uitgangspunt is dat deze voorschriftengebieden voor nieuwe kwetsbare gebouwen worden aangewezen waar ze zinvol zijn10Opgemerkt wordt dat locaties voor nieuwe “zeer kwetsbare gebouwen” binnen een brand- of explosieaandachtgebied op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht als voorschriftengebied moeten worden aangewezen (zie §1.4.3).. Eventueel kunnen gelijkwaardige maatregelen worden getroffen, waarmee de kans op een ongewoon voorval of het overlijden van een persoon in een (zeer) kwetsbaar gebouw kleiner wordt.
Bovenstaande beoordelingsprincipes zijn in onderstaande tabel samengevat.
Als mensen door maatregelen onvoldoende (kunnen) worden beschermd tegen de gevolgen van een relevant ongevalsscenario waarbij gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen, kiest de gemeente voor het accepteren van het resterend risico (bijvoorbeeld o.b.v. een zeer kleine kans en/of een laag groepsrisico) of verleent zij geen medewerking aan het mogelijk maken van het (buitenplans) initiatief.
Ambitie 11
Binnen een gifwolkaandachtsgebied en attentiegebied gelden de volgende principes:
Participatie en communicatie (over risico’s) vanaf de initiatieffase tot en met de gebruiksfase Initiatiefnemer geeft vorm aan een participatieproces waarbij belanghebbenden zoals omwonenden, de ODR en de VRGZ vroegtijdig worden geïnformeerd over het initiatief, de EV-risico’s en mogelijke maatregelen De belangen en visie van de belanghebbenden worden in de uitwerking van het initiatief meegenomen.
Ter bescherming van personen in een (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouw binnen een gifwolkaandachtsgebied en in een (kwetsbare) locatie binnen een attentiegebied wordt onderzocht in hoeverre gebouw(en) en omgeving voldoende mogelijkheden bieden om te schuilen en/of deze veilig te ontvluchten. Indien zinvolle maatregelen mogelijk en haalbaar zijn, worden deze getroffen.
Ambitie 12
In aanvulling op bovengenoemde principes gelden voor nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande activiteiten met (middelgrote of grote) externe veiligheidsrisico’s de volgende principes:
De relevante contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) moet zijn gelegen binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit plaatsvindt of binnen gronden van derden met de bestemming verkeer, groen en/of water. Indien deze contour vanwege de vergunde situatie hieraan niet voldoet, mag deze niet worden vergroot. Wat betreft Sachem verwijzen we naar ambitie 9.
Er is sprake van een gunstige aanvoerroute11Een gunstige route voor brandbaar gas is bijvoorbeeld een route over een rijksweg, over een provinciale weg of over een gemeentelijke weg, die is gelegen buiten een woon- of kantoorgebied en waarbij geen (geprojecteerd) zeer kwetsbaar gebouw is gelegen langs deze route. indien regelmatig aanvoer van brandbaar gas nodig is.
Ambitie 13
Voor de toepassing van de gebiedsgerichte ambities onderscheidt de gemeente vier gebiedstypen:
Woon- en kantoorgebieden: Dit zijn gebieden met veel restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's.
Bedrijventerreinen type A: Dit zijn gebieden met de minste restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's, maar veel restricties voor (zeer) kwetsbare functies.
Bedrijventerreinen type B: Dit zijn gebieden met veel restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's, maar geen restricties voor (zeer) kwetsbare functies.
Landelijk gebied: Dit zijn gebieden met weinig restricties voor gebiedseigen activiteiten met externe veiligheidsrisico's.
De indicatieve begrenzing van deze gebieden zijn aangegeven op de EV-signaleringskaart (zie bijlage 3 en/of de online viewer).
Ambitie 14
Ambities voor ontwikkelingen binnen specifieke risicozones
Type risicozone
Nieuwe (beperkt) kwetsbare functies
Zeer kwetsbaar gebouw
Kwetsbaar gebouw
Kwetsbare locaties
Beperkt kwetsbaar gebouw
Beperkt kwetsbare locatie
Brand- of explosie-
aandachtsgebieden
Nee tenzij***:
er sprake is van een zwaarwegend belang
ambitie 10 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 10 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 10 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 10 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 10 voldoende is verantwoord
Gifwolk-
aandachtsgebieden
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Attentiegebieden
Ja
Ja
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Ja
Ja mits:
ambitie 11 voldoende is verantwoord
Tot in werking treden van de Omgevingswet gaat het ook om invloedsgebieden (of standaardtekstzones) aan weerszijden van relevante transportroutes tot een maximum van 1500 of 4000 meter. Mogelijk worden bij of na het inwerking treden van de Omgevingswet ook gifwolkaandachtsgebieden aan weerszijden van deze transportroutes met 300 of 1500 meter aangewezen.
De attentiegebieden zijn nog niet in beeld, maar zijn over het algemeen groter dan de aandachtsgebieden.
“Nee tenzij” in deze ambitie is niet van toepassing op ontwikkelingen binnen de explosieaandachtsgebieden, welke in het kader van de Omgevingswet mogelijk nog voor de Waal, het Kanaal van St. Andries en de Maas worden aangewezen. Voor het toelaten van zeer kwetsbare gebouwen binnen de explosieaandachtsgebieden van deze transportroutes geldt dan de ambitie “Ja mits”.
Ambitie 15
Ambities voor woon- en kantoorgebied, landelijk gebied en bedrijventerreinen
Type gebied
Nieuwe en uitbreiding van bestaande activiteiten met EV-risico’s
Nieuwe (beperkt) kwetsbare functies (buiten EV-zones)
Klein
Middelgroot
BRZO
Zeer kwetsbare gebouwen
Kwetsbare gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Woon- en kantoorgebieden
Nee tenzij:
*1 en *3
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Landelijk gebied
Ja
Nee tenzij:
- *2 en
- *4
Nee
Ja
Ja
Ja
Bedrijventerrein type A
Ja
Ja, mits:
- *4
Nee, tenzij:
- *3 en
- *4
Nee
Nee, tenzij:
- *3
Ja
Bedrijventerrein type B
Ja
Nee tenzij:
- *3 en
- *4
Nee
Ja
Ja
Ja
het een gasdrukregel- en meetstation of een buurtbatterij t.b.v. lokale energieopslag betreft. Bij het toestaan hiervan zijn de wettelijke regels van toepassing.
het betreft de uitbreiding van een bestaande vergunde activiteit met externe veiligheidsrisico’s, de vestiging van een tankstation, het langdurig parkeren van tankwagens met gevaarlijke stoffen of de vestiging van een gebiedseigen risicobron (zoals een propaantank met bevoorrading > 5 keer per jaar) of het realiseren van een ammoniakkoelinstallatie.
er sprake is van een zwaarwegend belang12Een voorbeeld van het een zwaarwegend belang is de verplaatsing van een bestaande activiteit met EV-risico's op ongunstige locatie naar een locatie die gunstiger is gelegen. voor de realisatie.
De beoordelingsprincipes onder ambitie 10 en 12 voldoende zijn verantwoord.
Definitie activiteiten met EV-risico’s:
Klein: meldingsplichtige risicovolle activiteiten zonder aandachtsgebied en propaantanks met bevoorradingsfrequentie van maximaal 5x per jaar. Hieronder vallen ook risicovolle activiteiten als buurtbatterijen en tankstations (zonder verkoop van LPG, waterstof, CNG of LNG) waarvoor nu nog geen afstandseisen gelden maar op termijn mogelijk wel.
Middelgroot: alle overige meldings- en vergunningplichtige risicovolle activiteiten met uitzondering van BRZO-bedrijven.
BRZO: risicovolle activiteiten waarop het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO 2015) van toepassing is.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.3
Gebiedsgerichte ambities en beoordelingsprincipes
Onderdeel van Beleidsvisie externe veiligheid Zaltbommel en Maasdriel 2023 – 2027