De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdelen b en c moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2010