Deze nieuwe nota verschilt op diverse punten van de vorige nota. Enkele belangrijke verschillen zijn hieronder uiteengezet:
In de vorige nota is ervoor gekozen dat de gemeente in de basis een faciliterende rol inneemt met een focus op het zoeken van samenwerking met marktpartijen. In deze nota wordt het accent verlegd naar een situationeel grondbeleid om meer sturing te kunnen geven aan de realisatie van onze ruimtelijke ambities. Dit blijft een samenspel tussen het college en de raad, waarbij indien mogelijk en gewenst gekozen kan worden om te kiezen voor een actievere of juist meer faciliterende vorm. De keuze voor actief, faciliterend of een mengvorm in het grondbeleid zal zorgvuldig worden afgewogen op basis van het weerstandsvermogen van de gemeente en het risicoprofiel van een toekomstige ontwikkeling
Strategische verwerving wordt in beide nota´s genoemd als een instrument om gronden te verwerven vooruitlopend op het vaststellen van een grondexploitatie. Bij strategische grondverwerving voor nog niet in exploitatiegenomen gronden is nog geen verwervingsbudget beschikbaar. Om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen wordt voorgesteld een werkkrediet van € 2.000.000 in te stellen. Het college van burgemeester en wethouders kan dan snel handelen. Bij de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd van de aankopen en worden de aankopen ten laste gebracht van de betreffende exploitatie, waarmee het werkkrediet weer is aangevuld tot het oorspronkelijke niveau. De rentelasten komen op deze manier ten laste van het complex binnen het grondbedrijf.
Gewijzigde wet- en regelgeving is verwerkt. In deze nota wordt daarom ingegaan op de mededeling staatssteun (2016), de Vpb-plicht (2016), de nieuwe notitie BBV (2019), het Didam-arrest (2021) en de Omgevingswet die naar verwachting 1 januari 2024 in werking treedt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.4
Verschillen ten opzichte van de vorige Nota
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2023 – 2027