Grondbeleid is in de kern enkel een middel voor het bestuur om andere beleidsdoelen mee te kunnen halen. In dat opzicht mag grondbeleid dus nooit een doel op zich worden. Grondbeleid is dus dienend en kan uitkomst bieden voor het bestuur in het verder werken aan oplossingen in vraagstukken rondom de woningnood, opvang van vluchtelingen, verkeersveiligheid en de aantrekkingskracht van bedrijvigheid. De eerste stap zal dus moeten zijn of de aankoop/verkoop/ontwikkelen van grond andere beleidsdoelen op weg kan helpen.
Daarnaast zullen de financiële gevolgen van een beleidskeuze moeten worden onderzocht. Uitgangspunt is dat de gemeente actief wil zijn in haar grondbeleid, dus zelf grond wil verwerven en ontwikkelen. In dat geval is er meer sturing op het proces en blijven de beleidsdoelen uit de Woon- en Omgevingsvisie in het zicht bij de ruimtelijke ontwikkeling. Een belangrijk aspect blijft dat een ruimtelijke ontwikkeling niet het weerstandsvermogen van de gemeente Twenterand overschrijdt. Twenterand zal een dergelijke ontwikkeling niet uitvoeren als dat wel het geval zal zijn.
Om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen wordt voorgesteld een werkkrediet van
€ 2.000.000 in te stellen. Het college van burgemeester en wethouders kan dan snel handelen. Bij de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd van de aankopen en worden de aankopen ten laste gebracht van de betreffende exploitatie, waarmee het werkkrediet weer is aangevuld tot het oorspronkelijke niveau. De rentelasten komen op deze manier ten laste van het complex binnen het grondbedrijf.
Het financiële kader van het grondbeleid is dus het weerstandsvermogen van de gemeente Twenterand. Buiten dit kader treden is te risicovol en daarmee geen optie. Daarnaast zal de gemeente in de basis streven naar de verkoop van gronden, aangezien hier het meest financiële profijt uit wordt gehaald. In het kader van maatschappelijke doelen of tijdige beschikbaarheid van gronden kan worden gekozen voor bijvoorbeeld een opstalrecht of verhuurconstructie.