Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 17.

Herziening, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Neder-Betuwe 2023

1.. Degene aan wie een individuele voorziening en/of persoonsgebonden budget is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededelingen te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening en/of persoonsgebonden budget. 2.. Het college kan een besluit met betrekking tot een individuele voorziening en/of persoonsgebonden budget, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: De jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; De jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; De individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; De jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb; De jeugdige langer dan 12 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet, of De jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Als het college een besluit op grond van het tweede lid, het eerste punt heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb. 4.. Het college stelt regels op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de bevoegdheid tot herziening, intrekking en terugvordering.

Rechtspraak bij dit artikel