Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 25.

Lidmaatschap van andere organisaties

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en werkzaamheden van de raad van Kaag en Braassem 2023

1.. Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de commissies. 2.. Ieder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.. Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over diens wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. 4.. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties en instituties, waarin de raad één van diens raadsleden heeft benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel