Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voorwaarden voor het verlenen van uitstel van betaling

Onderdeel van Beleidsregels voor het verlenen van uitstel van betaling voor aanslagen rioolaansluitrecht

2.1.. Het verlenen van uitstel van betaling gebeurt in beginsel alleen na een schriftelijk verzoek van de belastingschuldige. 2.2. Uitstel van betaling wordt bij beschikking verleend, onder de volgende voorwaarden: Een vijfde gedeelte van het aanslagbedrag wordt binnen de op de aanslag genoemde betaaltermijnen voldaan. Daarnaast dient gedurende 4 opeenvolgende jaren jaarlijks een vijfde gedeelte van de aanslag te worden voldaan. De belastingschuldige ontvangt hiervoor jaarlijks een acceptgirokaart. Over het bedrag waarvoor uitstel van betaling wordt verleend zal invorderingsrente in rekening gebracht worden. Wanneer een termijn niet tijdig voldaan wordt zal een betalingsherinnering gestuurd worden. Wordt ook hierop niet betaald dan zal het uitstel van betaling bij beschikking ingetrokken worden en voor het gehele openstaande bedrag (dwang-)invordering worden toegepast. Wanneer de belastingschuldige overlijdt, of zijn eigendom waarop de aanslag rioolaansluitrecht betrekking heeft, verkoopt, vervalt het uitstel van betaling en dient het dan nog openstaande bedrag onmiddellijk voldaan te worden. 2.3 . Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als ware het verzoek toegewezen. Als er aanwijzingen bestaan dat de belangen van de gemeente kunnen worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar ondanks het verzoek om uitstel wel invorderingsmaatregelen treffen.

Rechtspraak bij dit artikel