De uitgangspunten in dit VTH-beleidsplan zijn:
Kwaliteit en dienstverleningsprincipes
In dit beleidsplan staat kwaliteit centraal. Met de komst van de Omgevingswet moeten we zaken anders regelen, maar belangrijker nog, dingen met elkaar op een andere manier gaan doen. Landelijk zijn er dienstverleningsprincipes benoemd die voor de nieuwe manier van werken centraal staan en die de kwaliteit die we met elkaar in dit VTH-beleid willen uitvoeren, ondersteunen. Ze vormen de richtlijnen voor de gewenste klantbeleving. Deze belevingsprincipes zijn opgesteld op basis van klantbehoeften uit het landelijk uitgevoerde kwalitatieve klantonderzoek en de klantgerichte strategie van de Omgevingswet. Dit zijn de principes: snel, persoonlijk, betrokken, eenvoudig, relevant, transparant en consistent.
Risicogestuurd werken en integraal werken
De rode draad in dit VTH-beleidsplan is risicogestuurd werken. Door risicogestuurd te werken moeten (door vergunningverlening met voorschriften) effecten die ontstaan door activiteiten beter worden beheerst en (door toezicht en handhaving) het aantal en de ernst van overtredingen worden teruggebracht. De capaciteit voor vergunningen, toezicht en handhaving zal daar worden ingezet waar de problemen en risico’s het grootst zijn en daarmee de veilige en gezonde fysieke leefomgeving zo optimaal mogelijk worden beheerd, gebruikt en ontwikkeld.
Integrale aanpak en integraal denken zullen hierbij veel aandacht krijgen met alle samenwerkingspartners. De vergunningverleners, toezichthouders en juristen werken zoveel mogelijk samen met (externe) partners. Hieronder vallen onder andere de Veiligheidsregio Twente, Politie, Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD), woningbouwverenigingen, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), waterschappen, Openbaar Ministerie (OM), sociale recherche, douane en Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Informatie- en datagestuurd werken
De hoeveelheid beschikbare data is de afgelopen jaren geëxplodeerd. Deze zee aan data en nieuwe technologieën bieden allerlei mogelijkheden. Zo kunnen maatschappelijke opgaven vanuit een op data gebaseerd perspectief geanalyseerd worden, waarbij keuzes gemaakt kunnen worden op basis van feiten in plaats van ervaringen.
Werken met data wordt dus steeds belangrijker. Daarom is het van belang dat de organisatie data aan de systemen kan onttrekken en medewerkers voldoende kennis hebben om met data te werken. Dit beleidsplan kan daardoor beter onderbouwd worden, de uitvoering gemonitord en bijgestuurd worden met data. Het proces moet zodanig worden ingericht dat helder en transparant is in hoeverre de gestelde doelen zijn gerealiseerd.
Werkende beleids- en uitvoeringscyclus
Jaarlijks wordt het VTH-beleidsplan uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma wordt opgenomen welke concrete prioriteiten en doelen voor het betreffende jaar worden gesteld en wordt de capaciteit voor dat jaar verdeeld. De prioriteiten worden gebaseerd op de probleemanalyse en het bijbehorende ambitieniveau zoals weergegeven in dit Twentse VTH-beleid. Twee keer per jaar wordt gemonitord of de geplande werkzaamheden uit het uitvoeringsprogramma gehaald en uitgevoerd zijn. Op basis van resultaten kan tussentijds bijgestuurd worden. Aan het begin van het daaropvolgende kalenderjaar wordt het uitvoeringsprogramma gerapporteerd (jaarverslag VTH). Eventueel wordt op basis van deze resultaten en ontwikkelingen het VTH-beleidsplan bijgesteld.
De komende jaren worden in de uitvoeringsprogramma’s de beleidsdoelen, zoals omschreven in de Nadere Uitwerking van dit VTH-beleid, concreet uitgewerkt middels indicatoren. Hierbij is het van belang om juiste data te koppelen aan de desbetreffende beleidsdoelen. Dit wordt de komende jaren nader vormgegeven.