Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. De vergunningplichtige activiteiten worden aangewezen in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Er zijn verschillende vormen van vergunningen:
Reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken);
Uitgebreide procedure (26 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken);
Aanvraag voor losse deelactiviteiten;
Opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu) of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik).
Er is een voorwaarde verbonden aan de mogelijkheid om meerdere vergunningplichtige activiteiten los en gespreid in de tijd aan te vragen. Hoofdregel is en blijft dat een activiteit is verboden, zolang niet voor alle activiteiten die daarmee samenhangen een vergunning is verleend. Een aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle activiteiten. Daar staat tegenover dat het bevoegd gezag een inspanningsverplichting heeft om de aanvrager in kennis te stellen van eventuele andere vereiste besluiten.
Naast vergunningplichtige activiteiten, bestaan ook activiteiten waar een meldingsplicht voor geldt. Afhankelijk van het soort bedrijf en de uitgevoerde activiteiten, moet een bedrijf voor het oprichten of veranderen een melding op grond van het Bal en/of het Bbl doen bij de gemeente. Dit geldt ook voor sommige activiteiten bij particulieren (zoals propaan- en olietanks). De initiatiefnemer moet de melding uiterlijk vier weken voor oprichting of verandering doen.
De volledige vergunningenstrategie is opgenomen in Nadere Uitwerking. In de toekomst zal aansluiting worden gezocht op het Landelijke Vergunningenprotocol.