Voor het vestigen en continueren van een voorkeursrecht zijn in de basis twee vestigingsbesluiten nodig. Het college kan op korte termijn een voorlopig voorkeursrecht vestigen. De gemeenteraad moet dan binnen drie maanden een definitief vestigingsbesluit nemen, op straffe van verval van rechtswege van het voorkeursrecht.
Voor het nemen van dit definitieve vestigingsbesluit door de raad zijn er drie vestigingsgrondslagen mogelijk, afhankelijk van de aanwezigheid van een eventuele planologische onderlegger:
voorlopig voorkeursrecht, vooruitlopend op een ruimtelijk besluit (artikel 5 Wvg);
de vastgestelde structuur/omgevingsvisie (artikel 4 Wvg);
het vastgestelde bestemmings-/omgevingsplan (artikel 3 Wvg).
Per vestigingsgrondslag geldt een termijn waarbinnen een opvolgend planologisch/ruimtelijk besluit moet zijn vastgesteld om het voorkeursrecht van rechtswege in de lucht te houden. In onderstaand schema zijn de grondslagen en de tijdsduur schematisch weergegeven.
Vestigingsgrondslag
Duurvestiging
Voorgenomen bestemmingswijziging
Voorlopige aanwijzing door college
drie maanden
Voorgenomen bestemmingswijziging
Definitieve vestiging door gemeenteraad
drie jaar
Structuurvisie
drie jaar
Bestemmingsplan
tien jaar
De voortgang van de planologische ontwikkeling en de termijn waarop deze plaats moet vinden, bepaalt de keuze van de raad. Wanneer eenmaal een vestigingsgrondslag is gekozen, bindt de gemeente zich aan de daarbij geldende termijnen voor de vaststelling van een opvolgend planologisch/ruimtelijk besluit. Het voorkeursrecht blijft van kracht als deze termijnen worden gehaald. De gemeente hoeft tussentijds geen nieuw vestigings- of verlengingsbesluit te nemen. Daarnaast hoeft de gemeente het voorkeursrecht, na verloop van de geldingstermijn, niet meer vervallen te verklaren, maar vervalt dit van rechtswege.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.1
Vestigingsbesluit, grondslag, duur en verlenging
Onderdeel van Nota Grondbeleid gemeente Waterland 2022